|
||||||||||||||||
|
Een leeg huisIn de afgelopen week hebben velen verdriet gehad, terugdenkend aan hen die nu niet meer onder ons zijn. In de eerste plaats natuurlijk dachten we aan de vele oorlogsslachtoffers en de vaak jonge mensen die hun leven ook daarna gegeven hebben voor een goede zaak. Tegelijk ook moesten we denken aan anderen, die ons lief en dierbaar waren en die er nu niet meer zijn. Misschien ouders of broers of zussen of een kind, een kleinkind, een lieve vriend of vriendin. Een ernstig verlies kan een geweldige schok te weeg brengen. Het brengt je als 't ware in een soort verdoving. Zó erg, dat je 't gevoel hebt dat je wezenloos rondloopt en dat alles aan je voorbij gaat. Mensen zeggen dan wel eens: "Wat gek, 't lijkt wel alsof het haar of hem niets doet." Maar dat is het niet, alleen het verlies is zo groot, dat je gevoel 't niet aankan en als 't ware wordt stil gelegd, verlamd. Stukje bij beetje dringt de harde waarheid tot je door... en hoe eenzaam kan een mens zich dan voelen! Helemaal leeg van binnen. Van God en mensen verlaten. Mensen in de rouw hoor je 't wel eens zó zeggen: "Ik voel me maar een deel van me zelf. Ik heb het gevoel alsof ik voor driekwart in het niets verdwenen ben. Ik ben een schip zonder roer. En mijn lichaam is een leeg huis."Ik lees in het boek van Kenneth Mitchel en Herbert Anderson, getiteld "Omgaan met verlies en rouw", het volgende: "De tegenhanger van leegte op het persoonlijke vlak is eenzaamheid. Die wordt op tenminste twee manieren ervaren. De eenzaamheid door verlies bestaat uit het afgesneden zijn van de mensen van wie wij houden. De eenzaamheid van verdriet komt voort uit het idee dat we veronachtzaamd, niet begrepen, worden. Soms heb je het gevoel dat er niet naar je geluisterd wordt. Maar alleen zijn wordt niet persé als eenzaamheid ervaren. Degenen die bewust kiezen om alleen te zijn, zijn zelden of nooit eenzaam. Vaak komen ze weer tot zichzelf, als ze alleen zijn. Maar wie verdrinkt in zijn verdriet voelt zich meestal intens alleen, zelfs als hij b.v. door een echtscheiding zijn vrijheid herkregen heeft. Dit zal waarschijnlijk nog sterker gelden als het alleen zijn geen eigen keuze is. Wanneer iemand zijn levenspartner verliest, herinneren vele dingen aan dit verlies. Het bed lijkt groter als je alleen slaapt. Het huis is rustiger; bekende geluiden zijn er plotseling niet meer. De eenzaamheid die door het huis waart is een weerspiegeling van het lege huis van het ik. Hetzelfde geldt, wanneer het om een verlies van een ouder, een kind of een vriend gaat. Als we een dierbaar persoon verliezen, wordt de wereld armer, zijn we alleen." Het gevoel van alleen zijn wordt vaak nog erger doordat anderen je ook nog in de steek laten. Je raakt daardoor geïsoleerd van de buiten wereld. De angst om in de steek gelaten te worden zit heel diep in de mens. Psychologen wijzen in dit verband al op de baby, die overgelaten is aan de zorg van de moeder. Wanneer die zorg er opeens niet meer is, zal de baby gaan huilen. Net als kinderen die verdwaald zijn op het strand en hun moeder zoeken. Dat is trouwens in de dierenwereld precies zo. Het wordt wel verlatingsangst genoemd, of scheidingsangst. Daartegenover staat vertrouwen, geborgenheid. Vertrouwen in de zorgende ouders, de levenspartner enz. Dit "oervertrouwen" geeft je een veilig gevoel, een evenwicht van binnen. Wordt dit vertrouwen geschokt, dan raakt een mens uit balans. Hij wordt als een "leeg huis". Hij is eigenlijk zichzelf kwijt. Iemand die lijdt aan een groot verlies komt na de eerste verdoving in die leegde en angst terecht, wat soms kan leiden tot depressiviteit. Je hebt het gevoel, dat je niet meer tegen het leven op kunt, dat het je allemaal te veel is geworden. Hierin speelt ook mee de angst voor de onzekere toekomst. "Wat moet er nu van me worden? En van de kin deren? Hoe kom ik er doorheen? " Een weduwe vertelt: "Toen de beschermende mist van de verdoving eindelijk was opgetrokken, werd het leven waarlijk angstaanjagend. Ik zat vol verdriet, verdronk in niet-vergoten tranen, voelde me verpletterd onder de verantwoordelijkheid van 2 kinderen. Ik was in paniek over mijn financiële situatie. En mijn maag keerde bijna om, mijn hoofd leek te barsten door de verlammende pijn van het besef dat ik alleen was. Mijn psychische pijn was zo groot, dat de wasmachine volstoppen met vuile kleren, de stofzuiger te voorschijn halen. Een boodschappenlijst maken, al die gewone routinekarweitjes in het huishouden mij herculische taken toeschenen." |
|
||||||||||||||
|
|
|
|
||||||||||||||