De troost van het laatste afscheid

Van een begrafenis of crematie kan ondanks de pijn van het definitieve afscheid toch troost uitgaan. Soms is dat niet het geval. Dan hoor je mensen zeggen: "Het was zo kil... gewoon akelig." Maar ook is wel eens de reactie van mensen: "Het was goed zo, het heeft me goed gedaan." Ieder zal dat ook op eigen wijze beleven.

BegravenisWat is een begrafenis of crematie eigenlijk? Wat willen we er mee? Heeft de Kerk daarin ook een functie? Is daar nog troost te vinden bij het geopende graf? Of in de koude zakelijkheid van een crematorium?

De begrafenis of crematie sluit de eerste dagen van rouw af. De geliefde dode was eerst nog bij je. Wat vroeger gebruikelijk was komt de laatste tijd weer terug: de dode wordt opgebaard in huis. Je kunt er dan nog elk moment van de dag even naar toe. Maar ook bij opbaring in het rouwcentrum of in het ziekenhuis is er gelegenheid om nog even bij de dode te zijn, met hem te praten, hem aan te raken. Met de begrafenis of crematie is dat voorbij. Nu is het definitief, het afscheid. Je wordt van elkaar losgemaakt, losgerukt. Wat doet dat een pijn! Mensen die van elkaar houden zouden eigenlijk altijd bij elkaar moeten kunnen blijven. Maar de werkelijkheid is zo anders, je moet elkaar loslaten, er is geen ontkomen aan.

Soms is daar woordeloze verslagenheid. Wie heeft daar ook nog woorden voor? Voor zoveel verdriet? Tegenover de dood is een mens met stomheid geslagen. Alleen huilen geeft dan nog wat verlichting. Een mens zegt dat ook wel eens, na zo'n huilbui: "He, dat lucht op." Het is goed, wanneer je nog huilen kunt. Naast je staan je familieleden en vrienden, die ook moeten huilen. Dat geeft je troost. Je staat sámen in het verdriet. Gedeelde smart is halve smart.

Naast het uiten van je verdriet is ook het noemen van de naam van de overledene troostvol. Een "in memoriam", uitgesproken door één van de kleinkinderen bijvoorbeeld. In herinnering wordt teruggeroepen al wat de overledene heeft betekend. En in het noemen van de naam wordt hij of zij opgedragen aan de Heer van het Leven, die ons allen bij name kent en roept. Er wordt met respect over de overledene gesproken. De liefde voor haar of hem klinkt door de woorden heen. Ook minder mooie dingen kunnen dan worden genoemd. "Van de doden niets dan goeds", wordt wel eens gezegd. Maar dat is niet reëel, dat troost ook niet werkelijk. De overledene was zoals hij was, een mens van vlees en bloed, en zo moeten we hem bewaren. Vanuit Jezus' boodschap, dat we van de vergeving leven mogen.

De gedachtenis van de dode en het luisteren naar Gods boodschap ten aanzien van leven en dood gebeurt meestal in de rouwdienst. Daarbij wordt stil gestaan bij wat geweest is en wat nu wordt afgesloten. Maar ook mogen we daarbij niet vergeten, wat nog komt, waar we naar uitzien. Immers in ons geloof moet het beste nog komen! Dat blijde vooruitzicht moet zeker een plaats krijgen in de rouwdienst, maar we moeten toch ook ruimte geven aan het verdriet van het afscheid, Dood en pijn mogen gevoeld worden. We moeten het ook niet "verbloemen", met veel bloemen en mooie toespraken en sentimentele muziek. Daarmee wordt de dood ontkracht, en dat helpt de achterblijvende al helemaal niet. Daar zit geen troost in. Of 't moest zijn in de vaak gehoorde woorden: "Hij (zij) heeft toch zo'n mooie begrafenis gehad!" Maar dat "mooie" ben je gauw vergeten, als de gruwelijke werkelijkheid van de dood toch tot je doordringt. En dat komt onherroepelijk.

Copyright 2010 Pastorale Kroes