|
||||||||||||||||
|
WerelddierendagDe sprekende ezelin van Bileam.
Maar dan zijn ze nog niet in het beloofde land. Het is een eindeloze reis! Weer is er een volk, dat hen dwarsligt: de Moabieten met aan het hoofd koning Balak. Dit alles komt ons bekend voor. L'Histoire se répète. Ook nu willen de volken niet meewerken om Israël te laten wonen in het land der belofte. Eigenlijk is er geen plaats voor Israël in de wereld, zo voelt dat. Koning Balak voelt zich bedreigd: "Ze zullen me alles opeten" klaagt hij. Zóveel mensen en zóveel vee! "Niets blijft er voor mijn eigen volk over." Onderhandelen wil de koning niet. De Israëlieten met zijn leger tegemoet trekken durft hij ook niet, want zijn legertje is veel te klein voor een gevecht tegen dat grote volk, waartegen zelfs de machtige koningen Sihon en Og het hadden moeten afleggen. Nee, goede raad was duur. En toch moest hij er iets op vinden om die lastige Israëlieten weer de woestijn in te jagen. Ineens wist hij het. Hij zou de hulp van onzichtbare boze machten inroepen! Zelf kan hij dat niet doen, maar hij weet wel iemand: Bileam, de grote tovenaar. Hij woont ver weg in het Noordoosten in de eenzaamheid. Een vreemd, geheimzinnig man is die Bileam. Er worden van hem de merkwaardigste verhalen verteld. Koning Balak had al veel over hem gehoord. De mensen waren bang voor die man, want hij gaat met toverkunsten om, hij kan met geesten spreken. Hij kan ook de stem van God verstaan, toch is hij geen dienstknecht van God. Voor geld doet hij alles.
Vandaar dat koning Balak dit wapen in de strijd werpt. Als dat volk Israël nu eens goed zou worden vervloekt, dan zou het kwaad over Israël niet ophouden en dan zou het volk wel wegtrekken. Misschien zou er een ziekte uitbreken of brand, kindersterfte, een epidemie onder het vee. Boze machten zullen gaan heersen over dat volk! Daar kon Bileam allemaal voor gaan zorgen. En dan zou het voor Balak een makkie zijn om het verzwakte Israël met zijn leger te verslaan. Die koning had het goed bekeken, heel slim. Maar hoe luidt dat spreekwoord ook weer? "De mens wikt, maar God beschikt." Dat zien we ook hier. God laat zich niet buiten spel zetten, zeker niet als het gaat om het heil van Zijn volk. Hij komt dus tussenbeide. Hij kent Zijn mensen, ook Balak en Bileam. En Hij waarschuwt Bileam, dat hij niets mag ondernemen tegen het volk van God. Maar Bileam ruikt zijn kans om veel geld te verdienen en gaat toch op weg. Eerst weigert hij nog, maar als de dienaren van de koning voor de tweede maal bij hem komen met nog meer cadeaus bezwijkt hij onder de verleiding. God waarschuwt keer op keer. 's Nachts in een droom en overdag als ie onderweg is. Hij zit op zijn trouwe ezelin. Twee bedienden volgen hem. Nu zal hij de macht van de God van Israël leren kennen. Opeens staat er een hemelse gedaante midden op het pad en hij verspert hem de weg met een lichtend zwaard. Maar Bileam ziet het niet. Hij zit vol van eigen gedachten. Hij ziet het al voor zich, hoe hij naast de koning zal zitten op de troon van Moab en rijkelijk beloond zal worden. Hij is zo vol van zichzelf, dat hij geen oog heeft voor God en Zijn boodschapper. Zo echt menselijk, wij herkennen het vast wel. Maar zijn ezelin ziet die engel wel. Zij blijft koppig staan, uit angst voor al dat licht. Bileam zet eens flink de sporen in haar weke lijf: "Fort, stomme ezel, fort, ik heb haast!" Geschrokken en radeloos springt de ezelin opzij het veld in. Bileam pakt nu de stok en geeft zijn ezelin er flink van langs. Zo komen ze weer op de weg. Maar het duurt niet lang of daar staat me die verdraaide ezelin weer midden op de weg. Geen beweging in te krijgen! Ook geen uitwijkmogelijkheid, want de weg loopt nu tussen twee ommuurde wijngaarden door. Weer staat daar die engel. Om er toch maar langs te kunnen duwt de ezelin Bileam tegen de muur. Zijn voet raakt helemaal bekneld en hij wordt nog woedender en slaat er op los. Het geplaagde dier schiet rakelings langs de engel en het zwaard. Een poosje gaat het nu rustig verder. Zou Bileam zijn strijd tegen God gewonnen hebben? Nu gaat de weg door een soort ravijn en daar op het eind staat de engel opnieuw te wachten. Weer ziet Bileam niets, verblind als hij is door zijn kwade gedachten, zijn hebzucht en roem. De ezelin blijft stokstijf staan. Ze geeft een schreeuw van angst, ze balkt het uit en laat zich plat op de grond vallen, Bileam moet nu van zijn rug af en raast en tiert en slaat zijn knuppel bijna stuk op de rug van dat arme dier. Met zijn grote bruine ogen kijkt het dier de meester aan, maar deze verstaat de taal van trouwe dierenogen niet. Weer balkt de ezelin, maar nu met mensenstem: "Wat heb ik gedaan, dat je me slaat? Ik ben toch altijd een goed rijdier voor u geweest? Zeg zelf, heb ik ooit zo vreemd gedaan als vandaag?" "Nee", zegt Bileam. "Je bent altijd een trouw en gehoorzaam dier geweest. Daarom begrijp ik niet, wat je nu opeens bezielt." "Kijk dan eens goed" antwoordt de ezelin. Op dat zelfde moment opent God zijn ogen. En dan ziet hij de engel en hoort zijn stem: "Waarom heb je de ezelin tot drie keer toe geslagen? Als hij niet was uitgeweken zou ik u gedood hebben en haar in het leven hebben geladen." "Genade" smeekt hij. Hij heeft spijt en zou wel terug willen keren. Maar God laat dat niet toe. Nu moet hij verder naar koning Balak. "Maar daar zul je alleen de woorden van Jahwe, de God van Israël, mogen spreken", zegt de engel. Zo is het dan ook gebeurd. Een trouweloos en zondig mens wordt een instrument van God. Uit de mond van een dier wordt ons de waarheid verkondigd. De zwakkeren gaan vóór in Gods Koninkrijk. We denken aan het woord van Jezus: "Uit de mond van kinderen wordt God lof toebereid." Hier liggen vele raakvlakken met de mensen en de wereld van vandaag. Mensen, van zichzelf vervuld, die oog noch oor hebben voor God en Zijn creatuur: het milieu, de dieren. Hoe vaak heeft u de oproep van het Wereld Natuur Fonds al niet gehoord om 2 Euro per maand te geven om bedreigde diersoorten te redden. Zelfs de tijger is er straks niet meer. Dieren worden in hun bestaan bedreigd door het kappen van de bossen en souvenirjagers. Er is veel dierenleed door menselijk winstbejag. Gelukkig kunnen de apen, op wie zo lang allerlei proeven werden gedaan, nu een gelukkige oude dag tegemoet gaan in Almere, dank zij de Partij voor de Dieren. U weet dus waar u straks op stemmen moet! En wat voor de dieren geldt is natuurlijk ook van toepassing op alles wat zwak is in onze samenleving. Laten we er oog hebben en niet alleen maar ons zelf en eigen belang in het vizier hebben. Gelukkig die mens, die een engel op zijn pad vindt! Om hem bij tijd te waarschuwen en de doodlopende weg te versperren. Gelukkig die mens, die op God mag vertrouwen en Hem naast Zich weet. God gaat Zijn ongekende gang Zoudt gij verstaan, waar Hij u leidt? Hoe blind vanuit zichzelve is Gezang 447 Ook het duistere gezicht van Bileam is gaan stralen. Hij mocht de boodschap van God verkondigen dwars tegen de wil van Balak in. Hij zou niet vervloeken, integendeel: hij zou Israël zegenen tot drie keer toe! Bidden wij dat het met ons ook zo mag gaan. Als wij boze plannen hebben, dat God ons dan bij tijd tot inkeer brengt. God alleen kan ons kwaad ten goede keren, net als bij Bileam. Soms is daar een sprekende ezelin voor nodig of een ander dier. Amen. |
|
||||||||||||||
|
|
|
|
||||||||||||||