|
||||||||||||||||
|
Vrees niet"Vrees niet, want ik ben met u"
De Heilige Geest brengt mensen tot geloof. Wat houdt dat nu precies in? Ik denk, dat het alles te maken heeft met "vertrouwen". Geloven is vertrouwen hebben in God. De Geest schenkt vertrouwen en wekt ook vertrouwen. Het is zo een dubbele beweging! Van God uit: "Wees maar niet bedroefd, want Ik blijf bij jullie, vertrouw daar maar op!" Maar ook van ons uit: "Wij geloven Uw Woord en vertrouwen er op, dat U ons nabij wilt zijn!" Eens kreeg ik van een mevrouw een doos met oude boeken op het gebied van Kerk en theologie. Daar was ook het bekende juweeltje van Dr. Buskes bij: "Ziekentroost". Ik bezat het nog niet en was er daarom erg blij mee. Toen ik er laatst in las, werd ik getroffen door wat de oude meester over het vertrouwen schreef. Mag ik het u doorgeven? Ik moet het u wel doorgeven, want voor in het boekje had iemand met beverige hand geschreven: "Na gebruik gelieve u dit boekje door te geven aan een zieke of eenzame". Dat doe ik dan ook bij deze met het allergrootste plezier, want beter dan Buskes kan ik het toch niet zeggen! Hieronder volgt dus een hoofdstukje uit de Ziekentroost. Ik hoop, dat u er veel aan mag hebben en zo een gezegend Pinksteren mag beleven!
De nieuwe Psalmberijming zegt hetzelfde op een andere wijze:
Het woord "onfeilbaar" is wat negatief. Het zegt wat Gods Woord niet is: feilbaar. De nieuwe berijming zegt het positief: Gods Woord houdt stand. Het woord "onfeilbaar" spreekt bovendien meer tot het verstand dan tot het hart. Ik zou liever zingen "ik roem in God, ik prijs 't betrouwbaar Woord!" Echt vertrouwen is Gods vertrouwen en dat Godsvertrouwen is een werkelijkheid in uw leven, als God Zijn betrouwbaar Woord tot u spreekt en u zich zelf op dat betrouwbare Woord verlaat, zodat u dit Woord vasthoudt en door dit Woord vastgehouden wordt. Een eenvoudige vrouw op Texel, die jaren lang ziek was en het daarmee moeilijk had en daarom nogal eens twijfelde, zei eens tegen mij:
Er was eens een kleine jongen, die voor zijn moeder op zolder iets moest halen. Na het avondeten had vader uit de kinderbijbel voorgelezen en het slot was: God is overal en dus hoeven we nooit bang te zijn. De kleine jongen ging naar boven, maar kwam niet terug. Toen moeder ging kijken, zat hij halverwege op de zoldertrap. Hij durfde niet verder naar boven, omdat het donker en ruw weer was. De pannen rammelden op het dak. Hij durfde ook niet naar beneden, omdat hij zijn opdracht niet had vervuld. Moeder zei: nu hebben we dat mooie verhaal uit de Bijbel gelezen, je hoeft toch niet bang te zijn, God is overal! De kleine jongen zei: dat weet ik ook wel, maar ik had toch liever dat Hij mij een handje gaf! Aan een God op bergen en in dalen, een God van overal en nergens, hebt u niets. U kunt niet op Hem vertrouwen. U hebt een God nodig precies daar, waar u het moeilijk hebt, halverwege op de zoldertrap, als niet vooruit en niet achteruit kunt. Als de mensen dan zeggen: je hoeft niet bang te zijn, God is overal, denkt u bij u zelf: het zal wel waar wezen, maar ik had toch liever, dat Hij bij mij was en mij een handje gaf. Hier hebt u Gods belofte: "Ik de Heer grijp uw rechterhand vast, zie niet angstig rond, Ik help u!" Op deze belofte en op God, die in deze belofte u Zijn hulp toezegt en uw hand vastgrijpt, moogt u vertrouwen. Geen vraagteken er achter, maar een uitroepteken er voor: !Vertrouwen! Pinksteren Het is niet waar, dat wij Uw hand niet voelen, Ons leven is toch veilig in Uw handen? Door onze handen zegent Gij de mensen, Nel Benschop |
|
||||||||||||||
|
|
|
|
||||||||||||||