|
||||||||||||||||
|
MoeJesaja 40, 31
Jesaja wist het al: "jongeren zullen moe worden en mat, en de jongelingen zullen zeker struikelen", op één uitzondering na: "Zij, die de Heer verwachten, zij zullen nieuwe kracht putten, zij zullen lopen en niet moe worden, zij zullen wandelen en niet mat worden". U vraagt zich misschien af, wat dat voor mensen zijn, die de Heer verwachten. Denk maar niet, dat dit een nieuw Christelijk idee is om het moe zijn van vandaag te verbloemen, om van de wereld toch nog iets goeds te maken. In die woorden van Jesaja klinkt integendeel een oud geheim door, een geheim dat eeuwen lang mensen nieuwe moed en kracht gegeven heeft: DE HEER VERWACHTEN. Die twee woorden "de Heer" en "verwachten" horen bij elkaar. De Heer kun je toch eigenlijk alleen maar verwachten. En wil je echt iets van het leven verwachten, dan moet je de Heer verwachten. De Heer over leven en dood, de Heer van de wereld, de Heer van u en van mij. De Heer is niet een God, die de vroegere goden opvolgt; Hij is ook niet de macht, die aan onze moderne behoeften voldoet; Hij is niet de gelegenheidsfiguur, Die ons uit onze verlegenheid moet brengen. Hij is de God van Israël, Die alleen wonderen doet; Die met Zijn volk wandelt, Die wonden verbindt en heelt en rechtvaardig Zijn mensenkinderen liefheeft en bestraft, vergeeft en heiligt, Die ook ons moe-zijn heiligt., zodat je steeds opnieuw beginnen mag en ook kunt. Deze Heer komt! Het is niet genoeg, dat Hij bestaat, je mag Hem ook verwachten, Hij komt! Dat betekent tegelijk, dat alles, waar we zo moe van zijn, verdwijnt, en dat er een andere wereld en tijd, een nieuw leven voor in de plaats komt. "Zij, die de Heer verwachten, putten nieuwe kracht..." Zij zullen de kracht vernieuwen, omdat zij ondanks alle ellende in de wereld, alle onrecht en teleurstellingen, alle vermoeienis en pijn een verwachting hebben van iets geheel nieuws: de wereld en de levenswerkelijkheid van die andere Heer! Jezus Christus kent onze vermoeienis. Ook Hij is vaak oververmoeid geweest van dat onbegrip onder de mensen, die onderlinge haat en nijd, die hoogmoed en eerzucht en vooral ook hebzucht. Juist omdat Hij wist, wat moe zijn betekent, heeft Hij met zo veel klem gesproken: "Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust even". Bij die Heer is het leven goed. Hij maakt, dat wij niet meer zo ijdel zijn en alleen aan ons zelf denken, Hij maakt ons moe met een lach en een grap; Hij doet ons neerliggen in grazige weiden (Ps.23). Hij maakt ons los van het zware slepen en jagen, zwoegen en zorgen.
Jezus opent onze ogen voor die droom, dat schaduwspel. "Hij doet ons het heil maanschouwen, niet op ons oog vertrouwen, niet blij zijn met de schijn. Hij doet ons de eenvoud vinden en als kinderen van God op aarde vroom en vrolijk zijn." En dan mag je moe zijn, dan is 't niet zo erg meer. Je krijgt namelijk telkens weer nieuwe kracht, als je maar die Heer verwacht. Als je maar telkens opnieuw denkt aan Hem en aan het werk, dat God met de wereld en ons heeft willen beginnen. Dat moet elke keer weer ons begin zijn, uitziende naar Gods beloofde toekomst van heerlijkheid en rust. Dat geeft je ook het uithoudingsvermogen, om ondanks je moeheid te volharden, stug door te gaan, met je werk, met je studie, met al je plichten en ook zorgen, met je geestelijk en lichamelijke zwakte. Het begin moet altijd zijn ons gebed om een betere wereld, om meer rechtvaardigheid onder de mensen, meer solidariteit, hulpbetoon, liefde en aandacht met respect voor elkaar. Dat is: "Uw Naam worde geheiligd, Uw Koninkrijk kome, Uw wil geschiede". Tussen het begin en het einde staan wij met onze moeheid, maar kijkend naar het einde, naar het Koninkrijk van de Heer, dat we mogen verwachten, zullen we nieuwe kracht putten om onze taak, van God gekregen, te volbrengen.
Amen. |
|
||||||||||||||
|
|
|
|
||||||||||||||