|
||||||||||||||||
|
God is meerder dan ons hart1 Johannes 3, 20
"Wanneer ons hart ons veroordeelt...", zegt Johannes. 't Is waar, ons hart veroordeelt ons, net als bij die oude man in zijn droom. Wij zijn ons dat niet altijd zo bewust. Wij willen er ook liever niet aan denken, aan dat verleden met al die slechte daden van ons. We willen er liever niet aan herinnerd worden. Wij stoppen die schuld van ons weg, hoe dieper hoe liever, daar in het onderbewuste. En die beerput sluiten we af met een zwaar deksel, zó voelen we ons veilig. Maar dat is maar schijn. Je draagt het toch met je mee, dat onbewuste, dat schuldige verleden. En zo nu en dan gaat het deksel even open en ontsnappen er enkele gassen, als in een droom. En dan herkennen we onze eigen stem, die ons aanklaagt. We worden geconfronteerd met de stem van ons eigen hart! Op zulke momenten komen we tot het besef dat mijn hart mijn meerdere is. Ik zou tegen veel op kunnen, maar ik kan niet op tegen de stem van mijn eigen hart. Die is te groot en heeft te veel macht over mij. Ik kan die stem niet ontlopen. We kunnen ons van veel dingen afmaken. We kunnen ons losmaken van mensen en van dingen en zelfs van God. Maar van je eigen hart, dat lukt niet, Die stem blijft spreken en ook beschuldigen. Die aanklacht blijft je achtervolgen. Je schuldige verleden is als een schaduw, die bij je blijft en die nooit meer kwijt kunt raken. "Niemand kan over zijn eigen schaduw heen springen", wordt wel eens gezegd. En zo is het ook! Soms denk je wel eens: nu ben ik er aan ontkomen, gelukkig! Maar dan is hij er weer, die schaduw, die beschuldigende stem. We kunnen het blijkbaar niet ontlopen. Het hart is de meerdere en het weet alle dingen. Tegenover mijn hart kan ik geen kiekeboe spelen. Het kent immers al mijn geheimen, ook mijn diepste zonden. Mijn hart weet alles, ik ben er nooit veilig voor! Neem alleen maar het ene, waar het Johannes hier om te doen is: de liefde tot de broeders en zusters. Wat hebben we daar aan gedaan, in ons leven? Het leek soms wel wat, maar goed beschouwd was het alles niet meer dan puur egoïsme, eigen belang. M'n hart weet daarvan en het getuigt tegen mij en het veroordeelt mij. God...
Wat zegt Johannes daar? "Wanneer ons hart ons veroordeelt, God..." "Indien ons hart ons veroordeelt, God..." Niets is, o Oppermajesteit, Hij weet alles. Hij vergeet niets. Zijn ogen zagen mij, al voordat ik in de moederschoot kwam. Al de dagen van mijn leven zijn in Zijn boek geschreven, ook de dagen die nog komen moeten. Hij weet nog veel meer dan mijn hart. In Zijn licht is alles duidelijk. Hij kent ook mijn motieven, m'n diepste gedachten, m'n hartsgeheimen en wensen.Laten we nog eens terugkeren bij wat Johannes noemt: de liefde tot de broeders en zusters. Gods eis is zeer groot: wij moeten ons leven geven voor de liefde tot de zusters en broeders. Hebben wij dat gedaan? Nee toch? Gods oordeel is heel streng: wie zijn broeder haat, slaat hem dood. Dat hebben wij wel eens gedaan. "Indien ons hart ons veroordeelt, God is meerder dan ons hart, Hij is de Heilige", voor Wiens Gezicht niets zuiver wordt bevonden! (Gez.153, 1 Herv.Bundel). Calvijn heeft gelijk. Hij legt uit, dat "meerder" in ons tekstwoord "heiliger" betekent. Want als je "groter" zegt, dan denk je alleen maar aan macht: dat God machtiger is om ons te veroordelen. Ons hart doet dat al, en God is nog machtiger... De mens kan voor Hem niet bestaan. Het is dus uit met u en met mij! Dat zegt onze tekst. U wist het toch al? Ja, wij hadden het al gehoord. Gods Woord hoeft het ons niet opnieuw in te wrijven, ons hart had dat al gedaan! Maar het Woord van de Meerdere wil niet zwijgen! Het laat mij niet los. Het houdt aan: toe, luister nou nog eens, verloren mensenkind, God is meerder dan ons hart! Horen wij daar in niet de mooie woorden van een bekend gezang: Groter dan de Helper is de nood toch niet? En dat blijft maar zingen, juist in dat hart van mij, dat weet van alle dingen. En ik zie een man staan, aan de oever van het meer, die in wanhopige liefde uitroept: Heer, Gij weet alle dingen, Gij weet toch ook, dat ik U liefheb? Toen zei de Heer: Volg Mij, weid Mijn lammeren, hoed Mijn schapen. En dat lied blijft maar zingen. Die man wil niet weg van mijn ogen. Meerder dan de Helper is de nood toch niet? Gij weet alle dingen! Ik laat U niet los tenzij Gij mij zegent... God is meerder dan ons hart en Hij weet alle dingen, halleluja! Niet altoos zal Hij twisten, Hij is de Heilige, een verterend vuur. Hij is toch mijn Heiland, louter liefde! Hij is groter dan mijn hart, geweldig groot van goedertierenheid! En Hij weet alle dingen. Hij kent onze zwakheid, Hij weet wat maaksel wij zijn, gedachtig dat wij stof zijn (Ps.103). Hij houdt daar rekening mee. Hij weet van onze strijd en onze wanhoop en ook van ons berouw. Hij hoort het stille vragen en ons angstige roepen. Hij weet alle dingen. Hij weet ook, hoe zeer ik probeer Hem lief te hebben en op mijn zwakke manier te dienen. En waar wij misschien aan het einde zijn, daar is Hij pas aan het begin. Hij is meerder dan ons zwakke hart...Hij, die al uw krankheden geneest. Hij is meerder dan ons dorstige en hongerende hart. Hij, Die uw mond verzadigt met het goede. Hij is meerder dan ons zondige hart. Hij die al uw ongerechtigheden vergeeft, Hin is meerder dan ons stervend hart. Hij, die uw jeugd vernieuwt als die van een arend. Gij weet alle dingen. Stil maar, mijn hart, zwijg! Laat God spreken! God, Die trouw is, Hij mag het zeggen! Daarom vat ik moed in smart- Amen.
|
|
||||||||||||||
|
|
|
|
||||||||||||||