|
||||||||||||||||
|
Gebracht worden waar je niet heen wilJohannes 21, 18 "Waarachtig, ik verzeker je: toen je jong was deed je zelf je gordel om en ging je waarheen je wilde, maar wanneer je oud wordt zal een ander je handen grijpen, je je gordel omdoen en je brengen waar je niet naartoe wilt." (Nieuwe Bijbel Vertaling 2004)
In de Bijbel is dat heel anders. Daar is niet de jeugd "vooraan", maar de ouderdom! Het is een eer om grijs te worden, want oud zijn is een zegen van de Heer en het gaat gepaard met wijsheid en levensvolheid. Vroeger was dat bij ons ook zo. Van ouderen kon je het handwerk leren. Zij vertelden je de verhalen van vroeger. Bij ouderen kon je om raad gaan. Jezus gebruikt die tegenstelling tussen jong en oud om aan Petrus duidelijk te maken, hoe het met zijn leven zou verder gaan en zelfs zou aflopen. Want later heeft men uit het woord van Jezus begrepen, dat hierin een aanwijzing lag hoe Petrus zou sterven. Hij is immers net als de Heer gekruisigd, maar met het hoofd naar beneden. Vandaar dat "handen uitstrekken" en "gorden". Als je jong bent, kun je alles aan. Het is prachtig, maar ook gevaarlijk, want je denkt dan dat het nooit ophoudt, en je kunt je behoorlijk vergalopperen. Dat is bij Petrus gebeurd, toen hij de Heer verloochende en de benen nam, toen het gevaarlijk voor hem werd. Jezus zegt in onze tekst: werkelijk anders wordt het in het leven, als die mens oud wordt. Dat slaat voor Petrus op de tijd, nadat hij door de Heiland weer in genade was aangenomen, zoals in het voorafgaande verteld wordt (de verzen 15-17). De Heer had toen gezegd: "Hoed en weid mijn schapen!". Nu komt er een tijd, waarin Petrus zich echt zal moeten bewijzen. Een tijd, waarin hij de strijd zal moeten aanbinden met de vitaliteit van zijn "jeugd". Een tijd, waarin hij niet zo zeer zelf leeft als wel zich láát leven. Christus in hem! Dat is ook de tijd, waarin andere woorden uit zijn geschiedenis op de voorgrond komen: niet meer "ik", maar "Gij". Woorden van de Heer: "Niet vlees en bloed... Petrus... maar Mijn Vader", "Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude....". Oud worden, dat is het leven buiten je zelf zoeken, in Christus; dat is ook: de dood in de rekening van het leven opnemen. Met andere woorden: de kruisiging van het vitale leven, waaraan je als jongere zo hecht. Aanvaarden ter wille van Christus. Niet meer "ik" en nog eens "ik", maar "Hij" en steeds weer "Hij". Johannes de Doper zei het al, toen hij Jezus zag: "Hij moet wassen, groter worden, ik moet minder worden". Na Pasen en Pinksteren moet dit ook ons leven worden. We moeten ons "laten leven" door de opgestane Heer en met behulp van Zijn Geest. Dat is een energie-vergende bezigheid, het eist al je krachten op! Wij worden door een ander omgord en gebracht waarheen wij niet willen. Het is een voortdurende strijd tegen je eigen wil en je eigen hoogmoed. Maar we hebben geen keus, is 't niet? Gorden we ons zelf en denken we daarmee klaar te zijn, dan loopt het op niets uit. Met de beste wil van de wereld kunnen we onszelf niet zó gorden, dat we tot het echte leven komen. Want in werkelijkheid bereik je dan alleen maar de dood! De rest is allemaal schone schijn. Al onze eigen wegen lopen op het grote niets uit. Al die zinnen van ons, die we met "ik" beginnen, het zijn holle klanken. Wij kunnen ze immers niet wáár maken. En "waar" is volgens de Bijbel iets wat vast staat, waar je op rekenen kunt, dat echt betrouwbaar is. Alleen God is waar, waarachtig, "Eeuwig Getrouw" is Zijn naam. Als je jong en gezond en sterk bent kun je gaan en staan waarheen en waar je wilt. Maar als je oud bent geworden, heb je hulp nodig en moet je gaan waarheen je gebracht wordt. Voor velen is dat vandaag een groot probleem! Je wilt er toch niet aan denken, dat je naar een verpleeghuis gebracht wordt? Hoe goed het daar ook kan zijn, je bent toch hulpeloos en afhankelijk, je kunt je zelf niet meer "gorden". Zo zal het ook Petrus vergaan, wanneer hij oud geworden is. Dan zal hij zijn handen uitstrekken en een ander zal hem omgorden en hem daarheen brengen, waarheen hij niet wil. Later heeft men daaruit opgemaakt, dat Petrus een gewelddadige dood zou sterven. In ieder geval betekent het uitstrekken van de handen wel, dat je iemand nodig hebt die je vastpakt om je verder te leiden. Misschien ook dat je armen worden vastgebonden om je aan het kruis te brengen, zoals dat later veelal is uitgelegd. Toen men wist, dat Petrus in Rome is gekruisigd, hebben deze woorden natuurlijk een diepere betekenis gekregen: als profetie van de kruisdood van Petrus. Zo kon de oude kerkvader Tertullianus al schrijven: "Toen werd Petrus door iemand anders omgord, toen hij aan het kruis werd vastgebonden." Door zijn dood verheerlijkt de martelaar God, omdat hij stervend voor Hem getuigenis aflegt. In het Johannes-Evangelie wordt op meerdere plaatsen gesproken over het lijden van Christus als een verheerlijking van God. Zo bijvoorbeeld in Joh. 17,1: "Vader, de ure is gekomen; verheerlijk Uw Zoon, opdat Uw Zoon U verheerlijke..." In de oude kerk is deze gedachte ook overgenomen, zie bijvoorbeeld 1 Petr. 4,16: "Indien hij echter als Christen lijdt, dan schame hij zich niet, maar verheerlijke God onder die naam". Zoals de Heer Zelf in Zijn kruisdood niet iets verschrikkelijks, een grote schande, zag, maar Zijn verheerlijking van Godswege, zo is ook de dood van Zijn discipelen een verheerlijking van God. Zo mag ook Petrus later God verheerlijken! Het is een getuigenis, dat God het waard is, dat men zijn leven voor Hem over heeft! Eens had Petrus in zijn jeugdige overmoed gezegd: "Ik zal mijn leven voor U geven", dat wordt nu bewaarheid! Jezus had dit al voorzien, toen Hij zei: "Gij kunt Mij dit keer niet volgen, maar eens(!) zult gij Mij volgen!" (13,36). Zo betekent het nieuwe leven ná Pasen en Pinksteren ook, dat men deel krijgt aan het lijden van Christus. Dat is niet mis te verstaan, maar heel moeilijk. Want wie wil dit nou? Na één van mijn preken in de laatste tijd kreeg ik een email met de vraag: "Legt u nu eens uit wat daar staat in Joh.21, 19". Daar staat, dat Jezus dit woord (van oud en jong) tot Petrus sprak om te kennen te geven, met welke dood hij God verheerlijken zou. Ik denk, dat de briefschrijver het er moeilijk mee heeft om te accepteren dat zo'n volgeling van Jezus, zoals Petrus toch was, moest eindigen aan het kruis. Ja, dat is ook heel moeilijk te begrijpen. Dat had ik vroeger ook, toen ik op school al die verhalen hoorde over martelaren. Is dat nou het resultaat, zeg maar gerust: de beloning, van het aan God gewijde leven? Ja, dat is het! Christus brengt ons daar, waar we van nature niet heen willen. Want wie wil dit nou? Zo'n dood? Christus bracht Petrus in de vervolging en uiteindelijk in een verschrikkelijke dood. Toen Petrus zich eindelijk helemaal door Christus liet leven, was tenslotte het kruis zijn loon. Wie wil dit? Toch is in déze dood het leven. Want door die dood wordt God verheerlijkt. Het kruis is de vernietiging van onze "eer", van ons "ik". Maar God wordt groot, waar mensenkinderen tot "niets" worden. En daarin, daarin alleen is het leven, ook voor ons: dat God de Heer groot wordt. Zijn Naam moet eeuwig eer ontvange, men loov' Hem vroeg en spâ! Wie wil er nou in deze zin "oud" worden? Petrus niet en ook wij niet. Daarom heeft de Heiland nog één woord voor Petrus: "Volg Mij!" Dat had Petrus al eerder gehoord, bij de oevers van het Meer van Galilea. Toen had hij de netten verlaten en was Hij Jezus gevolgd. Toen was nog niet geopenbaard, wat later duidelijk werd. Jezus volgen is in Zijn voetstappen gaan, het kruis op je nemen, je zelf verloochenen. Volgen van Jezus is gaan op de kruisweg. Dat is een gebod, een heel moeilijke opgave, maar het is ook een belofte. Het betekent toch ook, dat je op die kruisweg niet alleen hoeft te gaan. Je bent niet aan je zelf overgelaten. Volg Mij! Hij is er bij! In de diepste nood en donkerste uren van je bestaan zegt Jezus: "Ik ben met u tot aan de voleinding der wereld." Daarom, als wij het jonge leven moeten opgeven om "oud" te worden en ons te láten leven door Christus tot aan het kruis toe, dan is het altijd met Zijn hulp, in de kracht ook van Zijn Geest. Wij doen het om bij Jezus te zijn! Volg Mij! Om met Hem in Gods heerlijkheid te komen! Dat is een geweldig perspectief! Een belofte voor de eeuwigheid. Wij gaan er aan werken in deze tijd, in het hier en nu. Ontwaakt gij die slaapt en staat op uit de doden en Christus zal over u lichten! Volg Hem! Amen. |
|
||||||||||||||
|
|
|
|
||||||||||||||