|
||||||||||||||||
|
De laatste vijand1 Korintiërs 15, 26
Ik wil u vandaan op Koninkrijkszondag enkele dingen daarover zeggen. Ten eerste: De dood is. Een werkelijkheid! In tweeërlei opzicht: 1e. als het natuurlijke sterven, het heengaan uit deze wereld, niemand ontkomt daar aan, het is vaststaande werkelijkheid, wat iedereen overkomt; het is een natuurlijk gebeuren, aan alles moet een eind komen! 2e de dood als het gevolg van zonden en misdaden, van de mens, die in zonde leeft. Wij liggen onder de dood, omdat wij zondige mensen zijn. Het woordje "dood" betekent dus meer dan "sterven". Sterven is de dood, die komt, maar er is ook een dood, die is. De dood, die is. Zo zou je de dood kunnen zien als tegenstelling tot het leven. En dan bedoel ik het leven in Bijbelse zin. Dat is veel meer dan gewoon "bestaan". In de Bijbel gaat het om het volle leven, zoals God dat aan mens en dier gegeven heeft, bij de schepping. Het is een rijk, vol en onbelemmerd leven, een leven in blijdschap en zonder angsten, een leven, waarnaar je nu alleen maar verlangen kunt. Het leven zoals wij het kennen, is toch een gebroken leven, kapot gemaakt als het is door allerlei verdriet en pijn, ellende, zonde en schuld. Zo was het niet door God bedoeld bij de schepping. Zo heeft de mens het toen ook niet ontvangen! Het leven, zoals het nu is, lijkt meer op een gevangenis, bedreigd door allerlei ziekten, natuurgeweld en menselijke gewelddaden en vooral ook door de dood, die aan alle kanten op ons loert. Hier is niet in het geding: de dood die komt, maar de dood die is! Het is de belemmering van het leven ten voeten uit! Dan is er nog een derde punt, dat wij hier ter sprake moeten brengen: de dood Als straf. In het paradijs heette het: "ten dage dat gij daarvan eet, zult gij sterven." Toen de zonde zijn intree had gedaan in de wereld, toen is het sterven begonnen. Niet, toen de eerste mensen stierven, maar toen zij uit het paradijs verdreven werden. Toen begon het grote sterven! En nu zit de dood ons op de hielen, hij bijt zich in ons vast en laat ons als zijn prooi niet meer los. Hij zuigt ons letterlijk en figuurlijk helemaal uit. Zo gaat het "sterven". Het is een langzaam verteringsproces, langzaam, maar onherroepelijk. De dood die is bereidt de dood, die komt, voor. Tergend langzaam misschien, maar wel heel zeker! En dat noemen wij nou ons leven. De dood is een vijand, waar niemand tegen op kan. Met Christus gestorven zijn wij, met Hem opgestaan tot een nieuw leven! De dood is nu geheel anders geworden, omdat "In Christus" ons leven totaal veranderd is! Ik weet wel, wij kunnen ons dat niet zo goed indenken. Wij maken gauw een scheiding tussen verleden, heden en toekomst. Ons verblijf hier op aarde ligt in het verleden en het heden, de eeuwigheid die komt na de dood ligt in de toekomst. Zó denken wij. Maar in de Bijbel is dat anders, daar is een ander tijdsbegrip. Verleden, heden en toekomst liggen ineen, namelijk in Christus! Tijdsverschillen, zoals wij die kennen, vallen in Hem weg! In het Johannes Evangelie zien wij dat heel duidelijk, waar Jezus zegt: "Dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de eeuwige, waarachtige God, en Jezus Christus, Die Gij gezonden hebt" (Johannes 17, 3). Of in Johannes 3, 18: "Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, wie niet gelooft, is reeds veroordeeld." Hier wordt de tijd in de eeuwigheid opgenomen en de eeuwigheid in de tijd gelegd! Wie in Christus is, die leeft in eeuwigheid, ook al is hij nog in de tijdelijkheid hier op aarde. De dood is in zijn leven overwonnen. Dat hij straks sterven gaat, betekent dan ook nooit dat hij "dood" gaat. Er is geen "dood" meer! Alleen maar eeuwigheidleven. En dat eeuwigheidleven wordt straks in volle heerlijkheid geopenbaard. De "dood" is er niet meer, het "sterven" is er alleen nog maar: het "ontbonden" worden. Daarom zegt Paulus tot de gelovigen: "Gij zijt gestorven en uw leven is met Christus verborgen in God." Wat een heerlijke boodschap is dat, vandaag op Koninkrijkszondag! "De laatste vijand, die onttroond wordt, is de dood." De dood wordt te niet gedaan, zegt Paulus. Hij weet natuurlijk ook wel, dat dit al in het sterven van Christus gebeurd is. Dus zou hij eigenlijk moeten zeggen: de dood is teniet gedaan. Maar omdat het voor ons nog toekomst is, zegt hij: de dood wordt teniet gedaan. Wij kunnen er van op aan, dat in Christus de dood teniet gedaan is, maar voor ons zelf moeten we er nog even op wachten. Wij kunnen er wel van op aan, maar moeten het hier nog even uithouden. Voor ons is het nog niet volkomen verleden tijd. Wat Christus gedaan heeft moet in ons nog worden verwerkelijkt. Nú en straks. Maar één ding is zeker: het zal gebeuren, de dood wordt ook in ons leven onttroond! Amen. |
|
||||||||||||||
|
|
|
|
||||||||||||||