|
||||||||||||||||
|
De doop van JezusLukas 3, 21-22 en Matteüs 3, 13-17
Ook tot Nazareth kwam het gerucht van de opwekkingsbeweging van Johannes. Jezus werd er door aangesproken. Stel je voor, daar is een beweging aan de gang van mensen, die het Koninkrijk van God verwachten! Daar moest Hij bij zijn, want daar ging het Hem toch ook om! En zo gaat Hij op reis, een heel stuk. Dan ziet en hoort Hij Johannes. Hij ziet ook al die mensen, die zich laten dopen. Wat gaat Jezus doen? Blijft Hij op afstand staan? Verwonderd en blij om al die mensen? Of knielt Hij neer bij de Jordaan om God er v oor te danken? Gaat Hij soms naast Johannes staan om zijn neef een handje te helpen? We zouden dat kunnen begrijpen. Maar Jezus doet dit alles niet. Luister maar naar Mattheüs: "Toen kwam Jezus uit Galilea naar de Jordaan tot Johannes, om Zich door hem te laten dopen." Eigenlijk een beetje vreemd. Dat vond Johannes ook, want hij wist dat Hij de Messias was en Hij had de mensen al op Hem gewezen: "Die na mij komt is sterker dan ik en ik ben niet waard Hem de schoenriem los te maken." Daarom is het voor hem een raadsel dat Jezus Zich door hem laat dopen. Het zou eerder omgekeerd moeten zijn! En dat zegt hij dan ook: "Ik heb nodig door U gedoopt te worden, en komt Gij tot mij?" Gaat Jezus het hem uitleggen? Nee, dat doet Hij niet. Veel uitleg hebben de mensen nooit van Hem gekregen, ook niet toen hij sprak over Zijn lijden en sterven. Jezus is geen uitlegger, maar een doener. En nu zijn veel mensen in de weer om uit te leggen wat Hij gedaan heeft! Jezus zegt alleen maar: "Laat Mij het nu maar doen, want zó wordt alle gerechtigheid vervult." Je zou ook kunnen zeggen: "Laat mij nu maar doen, dit is nu eenmaal mijn roeping. Ieder heeft zijn eigen plicht in de wereld en moet die ook volbrengen. Jij, Johannes, bent er om te dopen, Ik om gedoopt te worden…" Johannes zag het toen ook, als in een flits, dat dit Gods bedoeling was. En hij doopte Hem. Is het niet raadselachtig en wonderlijk, Gemeente? Toch ligt hier de grondslag van het Evangelie. Hele groepen mensen heeft Johannes al gedoopt, wekenlang, en het zal voorlopig ook nog wel zo doorgaan, wie weet maanden lang, tot Herodes de profeet op het schavot brengt. En nu wordt met al dat volk ook Jezus gedoopt. Tussen al die mensen, hoog en laag, rijk en arm, schriftgeleerden en soldaten, huismoeders en kinderen, zieken en gezonden, staat Hij daar. Je zou Hem niet herkennen. Hij is als één van al die anderen! Maar heeft Jezus dan ook zonde te belijden? Moest Hij Zich dan ook bekeren? Nee toch? Hij heeft bij de doop geen enkele gedachte aan zonde en bekering, integendeel: Hij denkt aan heel andere dingen, Hij denkt aan God en aan wie Hij is, en dat wordt Hem ook duidelijk, opeens, als Hij Gods stem hoort: "Deze is Mijn geliefde Zoon". Jezus voelt Zich niet een zondaar, die bekeerd moest worden en daarom naast de mensen is gaan staan. Maar Hij voelde wel de behoefte om bij de mensen te zijn en uit solidariteit naast hen te gaan staan. Hij maakt Zich als 't ware aan de zondaren gelijk... Hij laat Zich dopen, niet voor Zijn zonden, maar voor die van hén. Ziet u wat Jezus hier doet? Dat wordt ons nog duidelijker, als we Hem naast Johannes zetten. Johannes staat eigenlijk tegenover het volk en preekt oordeel. Dat was zijn profetische opdracht. Hij moest de aankondiger zijn, de wegbereider. En alleen zó zou hij zijn gerechtigheid vervullen, dwz alleen zó zou hij recht staan tegenover God. Ook Jezus erkende dat bij Johannes, dat hij de grote voorloper was, de laatste van de Oudtestamentische profeten, die de Messias zou aankondigen. Tegelijk echter vindt in dit gebeuren de omslag plaats van oud naar nieuw. Johannes sluit het Oude Testament af en geeft het stokje over aan Jezus, met Wie het Nieuwe Testament begint! Zo zal Jezus het later ook Zelf betuigen, dat Johannes weliswaar de grootste der profeten was, maar kleiner dan de kleinste in het Nieuwe Verbond. Het Oude en het Nieuwe Verbond staan hier tegenover elkaar, de oude en de nieuwe tijd, de oude en de nieuwe wereld. De houding van Johannes is die van de heilige toorn over de zonde, de houding van Jezus is die van de heilige liefde. De houding van Johannes is die van straf en oordeel, de houding van Jezus is die van vergeving en solidariteit. Natuurlijk is zo'n tegenstelling niet absoluut. Bij Johannes is de liefde ook best te vinden. Spoorde hij de mensen niet aan hun kleren en eten te delen met de armen? En bij Jezus ontbreekt het ook niet aan toorn. Gooide Hij de tafels van de geldwisselaars niet om in de tempel? Maar er is een verschil in accent, wat bepalend is voor hun houding. Johannes staat tegenover de mensen, Jezus staat naast hen. Johannes staat vóór de mensen, Jezus staat achter hen. Johannes preekt het oordeel, Jezus buigt Zich onder het oordeel. Johannes houdt de anderen hun zonden voor, Jezus neemt de zonden van de anderen op Zich. Voor Johannes was dit eerst een raadsel. Later heeft ook hij het begrepen, toen hij tegen zijn discipelen zei: "Zie, het Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt." De mensen om Johannes en Jezus heen zagen het trouwens ook gebeuren, toen de duif op Jezus neerdaalde. De duif, dat is de Heilige Geest. En als ze het nog niet begrepen, dan horen ze ook nog de stem van God, Die zei: "Gij zijt Mijn Zoon, Mijn geliefde, in U heb ik Mijn welbehagen." In dit nieuwe genadeverbond zijn wij gedoopt, Gemeente. In dit nieuwe genadeverbond beginnen wij ook een nieuw jaar. Wij behoren de nieuwe aeon toe, het Koninkrijk van God, dat onherroepelijk komt. Laten wij dan ook die nieuwe houding van Jezus aannemen en tonen: solidariteit met een zondige wereld, genade en barmhartigheid, nederigheid en zelfopoffering.
Amen. |
|
||||||||||||||
|
|
|
|
||||||||||||||