|
||||||||||||||||
|
De Heilige Geest en de geestdrift"En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God,
Eigenlijk wordt hier herinnerd aan de schepping. Eenmaal zweefde toen de Geest van God over de wateren en de wereld was toen nog woest en ledig. Die Geest bracht in de chaos licht, orde en leven. Datzelfde zal weer gebeuren in de laatste dagen, zegt God. Dan daalt de Geest van God in de harten van mensen en brengt daar opnieuw licht, orde en leven. Maar van een hogere soort, niet meer natuurlijk maar meer geestelijk, spiritueel zouden we tegenwoordig zeggen. Je zou dit "bezieling" kunnen noemen. We denken dan in de eerste plaats aan de eerste Christenen, de mensen die op de eerste Pinksterdag zelf bezield werden. Het zijn de mensen, die - zoals in Handelingen 1 staat- eendrachtig bijeen waren in de opperzaal van Jeruzalem, volhardende in het gebed en uitziende naar de komst van de Heilige Geest. Het zijn de discipelen en vrouwen, onder wie Maria, de moeder van Jezus, en ook Zijn broers. Allemaal eenvoudige mensen, zeker geen hoogstaande intellectuelen. Dat is kenmerkend voor het Pinksterfeest: het is een feest voor het gewone volk. De belofte luidt ook: Ik zal uitstorten van Mijn Geest op ALLE vlees. Iedereen hoort daar bij! En het zal gebeuren in het laatste der dagen, zo staat er geschreven. Dat was een bekend begrip bij de mensen van toen. Zij wisten, dat daarmee werd bedoeld: de eindtijd, waarin God een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zou geven. De eerste Christenen geloofden daar ook steevast in. En de bezieling op Pinksterdag vormde voor hen een bewijs, dat het zo ver was, dat het einde der tijden gekomen was! Voor ons ligt dat wel anders. Wij leven al weer zo'n twee duizend jaar verder in de geschiedenis. Van die eerste bezieling is niet veel meer over. Daarom ook hebben veel mensen moeite met het Pinkstergeloof. Wat moet je daar nog mee in deze tijd? Aan de andere kant zou het zo goed zijn, wanneer juist in onze tijd wat meer bezielde mensen gevonden zouden worden. De wereld van nu heeft ze broodnodig! Mensen, die gevormd zijn door Pinksteren, de Geest van God, het vuur van de liefde, de hoop op een nieuwe wereld. Pinksteren is toch ook het feest van de voltooiing, de vervolmaking, Het vooruitzicht dat alles eens goed komt met de mensen en de natuur en de hele wereld. Een bezield mens rekent daar mee en grijpt daar al op vooruit. Zo'n mens is eigenlijk al een nieuwe schepping! "Het oude is voorbij gegaan, zie, het is alles nieuw geworden!"
Er zijn mensen, die letterlijk een heel nieuw leven moesten beginnen. Huis en haard moesten ze opgeven voor de Heer, die hen daartoe riep. Weer anderen heeft Hij ook geroepen, maar ze mochten in hun omgeving blijven. Levi, de tollenaar, b.v. werd één van de 12 discipelen, maar Zacheüs, ook een tollenaar, bleef waar hij was. Hij was wel een andere tollenaar geworden: hij gaf de helft van zijn bezit weg aan de armen. En zo was het ook met de drie Maria's. Maria van Magdala volgde en diende Hem met haar bezit, maar Maria van Betanië bleef met haar zuster Marta en broer Lazarus in het stille dorp. En ook Maria, Jezus' moeder, bleef gewoon thuis bij Jozef en de andere kinderen. Toch hebben zij alle drie de Heer gediend!
Natuurlijk, het is heerlijk om van de aarde weg te dromen in hemelse zaligheid. Maar voor een Christen, die uit Pinksteren leeft, geldt toch "Wees nuchter en waakzaam". Want we zijn nog niet in de hemel. Voorlopig zitten we nog op aarde en hebben hier onze taak te vervullen. God doet er wel een dosis bezieling bij, gelukkig maar, want daardoor kunnen we onze taken beter volbrengen. Met deze bezieling b.v. kunnen we stand houden tegen de druk in. Met deze bezieling kunnen we ons ook rijk voelen, hoewel we arm zijn, en sterk, ook als we zwak zijn, en gezond, al zijn we ziek of gehandicapt, en blij, al zijn we soms ook vreselijk bedroefd. De vruchten van de Geest, zegt Paulus, zijn liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, betrouwbaarheid, zachtmoedigheid, zelfbeheersing. Allemaal vuurtongen van dat grote Pinkstervuur! Die bezieling brengt mensen ook dichter bij elkaar. Mensen kennen en herkennen elkaar aan dat vuur en zo ontstond de eerste Gemeente. Mensen warmen zich ook aan het Pinkstervuur en zo ontstond de Diaconie en het Werelddiaconaat, Kerk in Actie. Mensen worden ook geestdriftig door datzelfde vuur en zij gaan de Heer verkondigen, zij gaan profeteren in Woord en Daad, zó ontstond de zending. Met Pinksteren houden we nog steeds de wereldzendingscollecte. Discipelen werden apostelen, toen zij de Heilige Geest hadden ontvangen. En zo is het nog steeds! Als wij zelf warm zullen zijn, kunnen we ook anderen warm maken. Daar ligt ook onze Pinksteropdracht: mensen warm maken! Licht geeft licht! Bezielde mensen als wij zijn, laten we steeds opnieuw bidden, wat Maarten Luther bad met de woorden van Gezang 239 vers 3:
Amen. |
|
||||||||||||||
|
|
|
|
||||||||||||||