Op vrijdag 21 augustus 2009 namen wij afscheid van René, die in de loop van twintig jaar een goede vriend was geworden. Wij leerden elkaar goed kennen in 1989, toen we samen op vakantie waren in Wallis. Voordien hadden we elkaar al eens ontmoet bij de zuster van mijn vrouw in Zwolle, Ans Molenaar. Ans en René waren elkaar tegengekomen in een rouwverwerkinggroep van de kerk, toen hun echtgenoten beide in 1987 overleden waren. Wij waren al gauw met René vertrouwd en hij werd ook in onze familie warm onthaald. Na die eerste vakantie in St. Romain (Wallis) zijn we nog dikwijls samen op reis gegaan. Het was altijd erg gezellig; met een glaasje Obstler en een lekker wijntje uit de streek was het met René overal goed toeven. Na het nuttigen van enig geestrijk vocht kwamen de verhalen los. Als goedgemutste Vlaming, getogen in Hulst, kon hij smakelijk vertellen over allerlei belevenissen in zijn jeugd en zijn latere leven in Bleiswijk, Achterveld en 't Harde. Hij was op kostschool opgeleid tot onderwijzer. Zijn eerste standplaats kreeg hij in Bleiswijk, waar hij ook zijn vrouw Sjaan mocht ontmoeten. Daar in Bleiswijk weten ouderen nog te vertellen hoe streng meester Vermeire was geweest! Van echtpaar werden zij een uitdijend gezin. Het was een promotie, toen hij in Achterveld verbonden werd aan een Huishoudschool. Hij vertelde, dat hij daar ook vriendschap had gesloten met de plaatselijke bakker, die hij op de vrije zaterdag dikwijls ging helpen in de bakkerij. Ook functioneerde hij als een journalist voor het plaatselijke nieuws in het streekblad. Het waren goede jaren, daar in Achterveld. Maar toen hij hoofd van de school kon worden in 't Harde nam hij dat aanbod natuurlijk met beide handen aan. Het gezin was inmiddels uitgegroeid tot 8 personen, met studerende kinderen, waardoor inkomensverbetering natuurlijk welkom was. In 't Harde had hij veel kinderen van officieren uit de kazerne op zijn school. Een gevleugelde uitspraak was steevast: "U bent wel de baas in kazerne, maar hier op school ben ik de baas!"
Wij leerden René kennen in Zwolle, waar hij na zijn pensionering was neergestreken. Met schoonzus Ans heeft hij vele reisjes met de touringcar mogen maken, overal heen. Jaren achtereen zijn zij gaan langlaufen in het besneeuwde Oostenrijk. Dat was zijn lust en zijn leven! Hij was een echte levensgenieter, een blijleven. Hij straalde van nature gezelligheid uit en maakte met iedereen snel contact. De laatste jaren zijn wij weer samen op vakantie gegaan, naar het land van Bach en Luther rond Suhl, het Erzgebirge met uitstapjes naar Dresden en Prag, Waldeck met een bezoek aan Arolsen (de stad van koningin Emma) en Kassel, See in Tirol bij Landeck, de Harz met Goslar en tenslotte het Zwarte Woud. De laatste twee jaren is ook de oudste zus van mijn vrouw, die weduwe geworden was, mee geweest. Het waren allemaal onvergetelijke vakanties. René zat dan steevast voorin, naast de bestuurder, als copiloot, maar vanwege zijn slechte nachtrust vielen zijn ogen dikwijls dicht.
Ook zijn we nog eens samen naar Hulst geweest. Wat heeft hij daarvan genoten! Zeker ook, toen we op bezoek waren bij een nichtje van hem, die hij sinds zijn jonge jaren niet meer had gezien. Verschillende keren hebben we ook samen de familie in München bezocht, om in de binnenstad een glaasje te drinken op de Domplatz en onder leiding van neef Eelco mooie tochtjes te maken door het wonderschone Beierse land.
De laatste jaren ging het lopen steeds moeilijker. Dat was voor hem heel erg. Hij wilde nog zo graag overal heen en overal bij zijn. Tijdens de laatste vakantie escaleerde dit, zodat zijn linkerbeen werd ingezwachteld en tenslotte, na terugkomst in Zeist, moest worden afgezet. Toen ook het andere been ziek werd zagen de artsen geen kans meer hem te genezen. In een hospice in De Bilt mocht hij zijn laatste levensdagen doorbrengen, liefderijk verzorgd en bijgestaan door Ans, die twintig jaar lief en leed met hem had gedeeld.
De uitvaartdienst werd gehouden in de magistrale St. Jozefkerk in Zeist, waarna hij is bijgezet in het familiegraf in Zwolle. Bij het heengaan van de kist met René uit de kerk sprak de pastoor deze gedenkwaardige woorden (de zogenaamde absoute):
Afscheid nemen is loslaten
En toch nog iets van die persoon in je houden,
Wetend dat je iemand niet vast kunt blijven houden.
Afscheid nemen is ook dankbaar zijn
Dat je zo rijk bent die persoon gekend te hebben,
Dat je hart er vol van is.
Afscheid nemen is dag zeggen
En proberen alleen verder te gaan
Met de steun die je gekregen hebt,
Wetend dat God met je gaat.
Daarom willen wij voor hem
een laatste teken stellen
en daarmee uitdrukking geven
aan ons geloof
dat dit niet het einde is.
Wij besprenkelen hem met gewijd water,
Dat ons herinnert aan zijn doopsel.
Toen klonk zijn doopnaam René Joannes
En is hij op bijzondere wijze kind van God geworden.
Dat de Eeuwige hem nu mag opnemen
voor altijd als Zijn geliefde kind.
We eren zijn lichaam met wierook,
Waarin Gods levensadem en Heilige Geest heeft gewoond,
En ik teken hem met het kruis van Christus,
Dat symbool staat voor ons geloof in licht en eeuwig leven,
God van aarde, lucht, licht en vuur,
Aan U vertrouwen wij het lichaam toe van deze lieve man.
Ga lichtend voor hem uit als een vuurzuil in de nacht.
Beziel ons die achterblijven
Met een geest van liefde, warmte en nabijheid,
En schenk ons de kracht van Uw Zoon,
Die leeft bij U en bij ons voor altijd.
René, ga in vrede, leef in het licht, rust in God,
In de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Amen.
...meer foto's.