HET KERKKOOR

Het is beslist ’t vermelden waard,
Dat ’t koor, al werd het wel bejaard,
Geboren is in oorlog-twee,
Om samen, ondanks wereldwee,
Gods grote goedheid te bezingen,
Te danken voor Zijn zegeningen.

Het koor zong beurt’lings ginds en hier,
Meestal eens in de week of vier.
Ook treedt het op in ’t ziekenhuis,
Maar ’t kwam tot nu toe niet op de buis.
Dat zal nog wel eens gaan gebeuren,
Als we er maar niet te veel om zeuren.

Van Mech’len was de sterke man
Tot Harmen Klaver ’t overnam.
’t Koor is nu aan verjonging toe:
Wanneer zal dochter met haar moe
En zoonlief met z’n flinke pa
Zich melden in de school-aula
In d’Overtonstraat bij het koor,
Dat ’s woensdagsavonds, altijd door
De liederen goed instudeert?
Bij Harmen Klaver wordt geléérd!

Terug naar "Herinneringen aan de Julianakerk in Haarlem"
Copyright 2010 Pastorale Kroes