De luidklok

Nu al sinds zestig lange jaren,
of wij er wel of nee niet waren,
werd elke zondag hallef tien,
men kon dat op d'eigen klok wel zien,
het bim-bam, kom-dan, fors onttrokken
aan 't klinkende metaal der klokken,
die boven in de toren hangen.
heel vroeger kon men niet verlangen
dat 't klokgelui vanzelf ging komen.
Men greep het touw en ging maar dromen
van neer en op en op en neer.
zo hoorde ieder telkens weer:
bim-bam, kom-dan, toef toch niet langer,
zeg eind'lijk ja tot deze zanger.
 
Dit geldt nog elke men en vrouw,
al is 't niet meer een klokketouw
waaraan getrokken worden moet;
't Is nu de koster, die het doet
doormiddel van een schakelaar:
't Is in een oogwenk voor mekaar;
hij draait de knop slechts even om,
het bim-bam, kom-dan, bim-bam, kom
gaat bei'ren over daken heen,
't Slaat niemand over, echt, geen één.

Terug naar "Herinneringen aan de Julianakerk in Haarlem"
Copyright 2010 Pastorale Kroes