DE COLLECTANTEN

Als in de kerk het collecteren
Vroeger verricht werd door de heren,
Die, deftig in het zwart gestoken,
Met hengels lang als bakkerspoken,
Aan ’t eind voorzien van diepe zakken,
Ze staken voor het volk in vakken,
Dan zien we ’t nu steeds meer gebeuren,
Dat er verzameld wordt in kleuren,
Die met de dienst van d ‘offergaven
Van hen die zich fijn mochten laven
Aan het zojuist gepreekte Woord,
Zich niet verhouden als ’t behoort.

Behalve dan de vreemde kleur,
Is ook het pak soms inferieur.
De jas en de gestreepte broek,
Ze hangen thuis wel in een hoek
Van klerenkast of van de zolder,
Want in de kerk is het maar kolder…..

O, dacht u dat? Vindt u het gek,
Dat collectanten tot de nek
Zich hullen in een pak klassiek?
Zo gaan ze toch ook op de kiek?
“t Hoeft niet zo zwart als van de roek,
Maar ook niet in een spijkerbroek.

Wat geldt voor heren collectanten,
Geldt ook voor alle andere kanten;
Voor de ouderling en de diaken,
Zie maar wat zij er soms van maken!

Wie de schoen past, trek ‘m naar aan,
’T is nu weer met de leut gedaan.
Als wéér tien jaren zijn verstreken,
Horen de vrouwen haar gebreken.

Terug naar "Herinneringen aan de Julianakerk in Haarlem"
Copyright 2010 Pastorale Kroes