|
||||||||||||||||
|
DE BANKEN EN DE STOELEN
Terug naar "Herinneringen aan de Julianakerk in Haarlem"
't Is zowat zestig jaar geleden, Dat Blauw en wie het met hem deden De kerk voorzagen van de banken, Waarop voortaan de mens zou danken Voor vele véle zegeningen, En ook Gods lof er op zou zingen Met tien-, met twintig-, honderdtallen Van hen die kwamen binnenvallen.
Maar toen de banken niet voldeden Aan wensen van de overheden Van deze kerk, werd tijdens Scheers De zaag gezet in iets heel teers. De lange banken in het midden Werden gekortwiekt, want het bidden En zingen en luist'ren en danken Kon net zo goed in korte banken.
't Werd allemaal wel veel gemakker, En eind'lijk was het voor de bakker. Er kwam zo véél verandering, Maar 't was voor velen een goed ding, Dat de korte banken links en rechts Hun stand verlieten, zodat slechts Maar weinig mensen bleven klagen , Dat men ze niet had moeten zagen.
Het zat nóg Veenendaal niet goed: Hij wil wel zeggen hoe het moet. "Als we de banken doen verdwijnen, Verdwijnen ook die nare pijnen Van 't zitten op de harde bank, Een uur na 't opstaan van die plank". Hij had een plan: "we kopen stoelen, Die trouwens ook naar mijn gevoelen Kans geven tot meer moog'lijkheden En….dán is alle leed geleden".
Zo sprak dominee Veenendaal; Maar hij ging heerlijk aan de haal Naar Vorden in de Achterhoek, Dus raakte 't stoelenplan weer zoek. Tot na de komst van pastor Kroes De werkgroep na gekonk'lefoes Naar plan van Veenendaal's bedoelen Aanschafte honderdzestig stoelen.
We hebben nu een ratjetoe, Maar niemand zeggen: "ik word moe Van 't zitten op een bank of stoel". We zijn hier immers met een doel? Het toeven in de kerk is fijn, De stoel of bank doet ons geen pijn, Als van de kansel klinkt de stem Van dominee die namens Hem Die in de hoge hemel troont Tot u die hier de aard bewoont Zegt: "zoek Mij, omdat Mijn groot geduld U zoekt tot gij Mij vinden zult".
|
|
||||||||||||||
|
|
|
|
||||||||||||||