|
||||||||||||||||
|
Luther XVI - De kerkelijke organisatie
Deze vrijheid van het geloof zien we ook bij alle verordeningen, die Luther geeft ten aanzien van de organisatie van de Gemeenten en de kerkdiensten. Hoofdzaak blijft, dat het Woord van God op de goede manier verkondigd wordt. Alle ceremonies in de kerkdienst zijn daaraan ondergeschikt: zij hebben alleen te dienen tot bevordering van het geloof en de onderlinge liefde. Luther is in dat opzicht dus eerder conservatief dan progressief te noemen. Alleen wat beslist tégen het Evangelie was, kon in zijn oog geen genade vinden! De Misliturgie werd door hem dan ook alleen gezuiverd van datgene, wat op het offer betrekking had. Maar het altaar bleef en ook de priestergewaden en wierook en kaarsen. Kerkgebouwen werden ongewijzigd van de Rooms.Katholieke.Kerk overgenomen. Zelf bouwden de Lutheranen in de beginfase kleine kapellen, meestal bij een kasteel. De eerste monumentale "Evangelische" kerk werd pas in het begin van de 17e eeuw gebouwd: De Mariënkirche te Wolfenbüttel. Beelden en kunst mochten wat Luther betreft ook best in de kerk gehandhaafd blijven. Het volk moest wel geleerd worden geen vertrouwen meer op de beelden te hebben. "Was hindert mir das Bild, wenn mein Herz nicht daran hängt". Beeldenstorm, zoals wij dat hier in Nederland hebben gehad, was dan ook helemaal niet naar zijn smaak, te meer daar vele van zijn vrienden (zoals Cranach) echte kunstenaars waren. Naast de voorganger (predikant) had elke Gemeente een kerkbestuur, dat voor de goede organisatie in de Gemeente moest zorgdragen en vooral ook leiding had te geven aan het liefdewerk: de verzorging van de behoeftigen. In groter kerkelijk verband bleef de reeds aanwezige verdeling in bisdommen en vorstendommen gehandhaafd. Voor Luther was het voldoende om de "dienst aan het Woord" te ordenen. Alle macht in de kerk berust bij de totaliteit van de leden. Hiertoe behoren de roeping en indienststelling van de "dienaren", maar ook het samenbrengen van hen in synodale verbanden. Het is in Luthers kerk- en ambtsopvatting nog allemaal heel eenvoudig. Beide zijn gebaseerd op het éne Woord en op het éne universele kerkbegrip, dat er één geloof en één Doop is in de gehele Christenheid. Voor Luther was dit meer dan voldoende. Het éne Koninkrijk van God zou toch spoedig aanbreken. De jongste dag stond al voor de deur! |
|
||||||||||||||
|
|
|
|
||||||||||||||