|
||||||||||||||||
|
Luther X - Geloofszekerheid
Dat is vandaag wel anders! Veel mensen vragen zich af: bestaat God wel? En als er een God bestaat, waar is Hij dan? Als Hij almachtig is, waarom gebeuren er dan zulke verschrikkelijke dingen in de wereld? Waarom grijpt God niet in? Is God dan wel rechtvaardig? Er zijn zelfs dominees, die moeite hebben om in God te geloven. Voor Luther waren dat geen vragen. Nee, zijn grootste probleem was: hoe krijg ik een goede relatie met God? Dat God bestaat, daar twijfelde hij niet aan. Maar aan zichzelf twijfelde hij: hij, de grote zondaar, mag en kan die wel bestaan vóór God? En op deze prangende vraag vond hij een antwoord in de brieven van Paulus. Ja zeker, zondige mensen mogen bestaan vóór God, want God rechtvaardigt hen! God is barmhartig en vergeeft hun zonden. Daarvoor is Jezus Christus gestorven. Daarvan spreekt dat prachtige lied van Luther:
Het laatste vers zal u beter bekend zijn in de oude vertaling:
Maar hoe je't ook vertaalt, duidelijk klinkt door de grote geloofszekerheid van Maarten Luther. Hij is zich er van bewust in alles wat hij doet vóór God te staan: CORAM DEO (= vóór God, vanwege God, ter wille van God, met betrekking op God). Hij laat daarbij God in Zijn waarde! Als Degene, Die naar ons toekomt en zonder Wie geen mens leven kan. De mens heeft God nodig! Hij is op God betrokken! De mens heeft een hang "naar Boven". De vraag is alleen: hoe vult hij dat in? Er zijn ook afgoden, zoals geld en goed en positie. Veel mensen geven hun ziel en zaligheid aan die afgoden. Luther gebruikt hier het beeld van een rijdier, dat door verschillende personen wordt bereden. Nu eens zit God op het zadel - dan gaat het de goede richting uit-, dan weer de satan, een valse god, die het dier te pletter rijdt. Om God te leren kennen, moeten we in het Woord van God gaan lezen. God is Schepper. God schept "uit het niets". Dat gebeurt nog elke dag. God schept niet alleen uit het niets, Hij schept zelfs uit tegenstellingen: het leven uit de dood, liefde en vrede uit vijandschap, het goede uit het slechte. Door het geloof worden God en mensen aan elkaar verbonden. Alleen door het geloof. Een mens kan niet op zichzelf tot God komen, ik bedoel door goed z'n best te doen en zo, via goede werken. Dat noemt Luther "eigengerechtigheid". Sola Fide, Sola gratia (alleen door het geloof, alleen door Gods genade). Hoe dat gaat, laat Luther horen in een herdichting van Psalm 130:
|
|
||||||||||||||
|
|
|
|
||||||||||||||