|
||||||||||||||||
|
Oranje en Nederland VIWaarin een klein land groot kan zijn. Duidelijk is, wat koningin Emma hiermee bedoelde. Liefde en zorg voor elkaar, respect voor je medemens, kortom gewoon sociaal bezig zijn.
Hoe is het verder gegaan met Wilhelmina? In 1898, toen zij 18 werd, is zij gekroond tot koningin. Een gouden tientje uit dat jaar is nog heel bijzonder (de zogenaamde "Willemientje lang haar"). Vroeger, zeg maar zo'n 30 jaar geleden, toen vrouwen nog graag mooie munten droegen om hun hals of aan een schakelarmband, was deze munt zeer gewild. Mijn vrouw heeft hem ook nog in haar 'juwelenkist' liggen. Wat de dames tegenwoordig dragen is daarbij vergeleken toch maar gewoon kitsch! Voordat zij koningin werd, deed zij eerst nog Belijdenis. Dat hoorde er toen ook gewoon bij. In de nazomer van 1896 begon de prinses zich daarop voor te bereiden. Zij was erg serieus. Zij zou de Openbare Belijdenis doen in de Hervormde Kerk, want de Oranjes waren eeuwen lang Hervormd geweest. Daarom gaf het indertijd ook zo'n schok, toen prinses Irene zich over liet dopen in de RK Kerk en daarmee tot die kerk toetrad. Ons vorstenhuis is Protestant. Dat is met onze geschiedenis verweven. De Vader des Vaderlands heeft er zijn bloed voor gegeven. De 80-jarige oorlog, waarmee onze geschiedenis eigenlijk begon, was een godsdienstoorlog. Deze zaken lagen vroeger in de genen van elke Nederlander vast verankerd. Tegenwoordig is dat niet meer zo. Trouwens, onze kinderen en kleinkinderen hebben al lang niet meer zo veel op met de vaderlandse geschiedenis als wij vroeger hadden. Het is daarom goed, dat men een "canon" van onze geschiedenis heeft ontworpen en dat aan de hand hiervan de geschiedenis weer een plek krijgt op school.
"Zijt getrouw tot de dood en Ik zal u geven de kroon des Levens." (Openbaring 2, 10b). Twee dagen later werd het Heilig Avondmaal gevierd in de historische Kloosterkerk te Den Haag. Weer leidde Dr. van der Flier de dienst. Na het Avondmaal richtte hij zich persoonlijk tot Wilhelmina: "Eerstelijk dank ik mijn God! Zo klinkt het ook in uw hart, geliefde Koningin, die heden voor de eerste keer mee aanzit en het 'ja' Uwer belijdenis, eergisteren uitgesproken, thans omzet in een daad; want Gij neemt onder deze tekenen (brood en wijn) de Heiland aan en belijdt Hem als uw Koning. Indien ik vertolken zal, wat de Here des Avondmaals u heeft te zeggen, ik zou geen beter woord weten, dan dat van de Psalmist: Mijn oog zal op u zijn. Dat oog, zo vol ontferming, zal op u rusten. Denk er aan en laat het uw sterkte zijn, straks als Gij de taak Uws levens aanvaardt..." De beide koninginnen stonden toen op van de Avondmaalstafel en nu klonk van het orgel de prachtige Psalmmelodie op de woorden: "Dat 's Heren zegen op U daal!" |
|
||||||||||||||
|
|
|
|
||||||||||||||