|
||||||||||||||||
|
Kerken kijken - AutunWij begeven ons nu een heel stuk noordwaarts, tot we in het gebied rondom Dijon komen, vanouds een gebied met veel kerken en kloosters. Want daar lag het koninkrijk Bourgondië, in de Middeleeuwen zeer machtig en welvarend. Het lag ingeklemd tussen het naar macht strevende Frankrijk en het oppermachtige Duitse keizerrijk. Ook Nederland heeft enkele eeuwen tot het Bourgondische koninkrijk behoord. We herinneren ons uit de vaderlandse geschiedenis de namen van Philips de Goede en Karel de Stoute. Ietwat ten zuiden van Dijon ligt het stadje Autun. Naast vele overblijfselen uit de Romeinse tijd trekt vooral de Romaanse kerk onze aandacht. De "St. Lazare" is door de eeuwen heen goed bewaard gebleven.
Kijkt u maar eens naar de prachtige voorgevel met een ongeëvenaarde afbeelding van het laatste oordeel.
De kerk dateert net als de kerken van St. Gilles en Arles uit het midden van de 12e eeuw. Zij was de hoedster van de relikwieën van Lazarus. Volgens een legende zouden Lazarus en zijn zusters Marta en Maria van Palestina naar Zuid Frankrijk zijn gekomen. Lazarus zou de eerste bisschop van Marseille zijn geworden. Vanuit de Provence zou hij een begin hebben gemaakt met de kerstening van Frankrijk. Zo zijn zijn beenderen in Autun terecht gekomen. Vast staat, dat Lazarus al in de 10e eeuw in Autun werd vereerd, terwijl Maria Magdalena haar plek had gevonden in het naburige Vezelay, waar tegelijkertijd ook zo'n schitterende romaanse kerk is gebouwd. Het is een geweldige aanblik, als je voor de kerk staat: eerst Maria en daarboven Christus in al Zijn majesteit op Zijn troon binnen het ovaal van de mandorla.
Op de rand staat ingebeiteld:"Ik alleen orden het al, Ik alleen kroon de verdienste; die misdaden begaat, berecht en bestraf Ik". Het eerste gedeelte wordt uitgebeeld in de scènes met de uitverkorenen in het timpaan links en op de latei daaronder.
Het tweede deel zien we uitgebeeld in de scènes met de verdoemden, rechts, dat is dus aan de linkerhand van Christus,
"Me judce" staat daar in het Latijn: "Mij komt het oordeel toe, Ik berecht en bestraf de zielen op de jongste dag". Vier engelen dragen de mandorla, het teken van Christus' waardigheid, de twee onderste staande en de twee bovenste zwevend, met het hoofd naar beneden.
Boven het hoofd van Christus zijn twee medaillons aangebracht, die de zon en de maan symboliseren. Links van Christus zien we boven de tronende Maria en rechts van Hem twee figuren, waarschijnlijk Elias en Henoch, die levend ten hemel werden opgenomen. Misschien zijn het ook Johannes en Jakobus. En onder hen nog een apostel met een boek, dat zou Mattheüs kunnen zijn. Dan zijn de negen figuren aan de andere kant de overige negen apostelen. Helemaal links staat Petrus. Hij is groter dan de anderen en duidelijk herkenbaar aan de twee grote sleutels, die hij boven zijn schouder draagt. De een opent de toegang tot het hemelrijk, de ander tot het dodenrijk. Petrus staat met zijn rug naar de anderen toe, omdat hij de hemel bewaakt en de uitverkorenen de poort opent. Op de rand tussen het tympaan en de latei is te lezen: Dit wordt zichtbaar gemaakt in de reliëfs boven en onder deze in scriptie. Allereerst zien we links onder op de latei een reeks van graftomben uitgebeeld, waaruit de doden opstaan bij het klinken van de bazuin. Eens als de bazuinen klinken! Aan de linker kant staan beneden en boven twee engelen met een bazuin. Rechts is dat precies zo. Nu begint het laatste oordeel, de bazuinen gaan klinken. In het midden, recht onder de voeten van Christus, scheidt de aartsengel Michaël met het zwaard de uitverkorenen en de verdoemden.
De volgende keer gaan we verder. |
|
||||||||||||||
|
|
|
|
||||||||||||||