Pastorale aspecten van de euthanasie VII


Deel I, II, III, IV, V, VI, VII, VIII

“Een schreeuw om de dood is een schreeuw naar het leven”, zo wordt wel eens uitgelegd. Dat wil dus zeggen, dat iemand, die zegt liever dood te willen, eigenlijk bedoelt dat hij hunkert naar het leven. Vragen om de dood kan dan zijn: vragen om het leven. Aandacht vragen: “help me toch, want zó kan ik niet verder!” Dit is ook waarom onze nieuwe regering de “ruimte rondom euthanasie” wil vergroten. Er moet meer aandacht komen voor het “waarom” van de euthanasie. Waarom willen mensen dood? Zou het niet zo zijn, dat zij best wel langer wilden leven, als ze maar geholpen werden? Als het leven voor hen nog maar iets te betekenen kon hebben?

Palliatieve zorg

PijnbestrijdingDe laatste decennia is er al veel gedaan aan pijnbestrijding. Elk ziekenhuis heeft daar wel een afdeling voor met deskundigen. Ook in het verpleeghuis, waar ik twintig jaar geleden werkte, was dit een “hot item”. Hoe ver mag je gaan zonder het leven van een patiënt in gevaar te brengen? Ik kan me nog goed herinneren, hoe ik eens als geestelijk verzorger les moest geven aan ziekenverzorgsters over ethische kwesties. Pijnbestrijding kwam aan de orde, voortijdige levensbeëindiging, of kunstmatige levensverlenging. Veel ouderen in een verpleeghuis lopen het risico om uit te drogen, als ze niet meer willen eten en drinken. Ik zei -in al mijn onschuld- “ja maar, misschien is dat wel een manier om aan te geven dat je eigenlijk niet meer wil leven, en zouden we dat een mens niet moeten gunnen?” Ik dacht aan het zelfbeschikkingsrecht. “Dus”, zei één van de zusters, “u zou dan geen sonde inbrengen?” “Nee, zei ik, bovendien is dat een grote kwelling voor een mens”. Nou, toen kreeg ik het te horen hoor! Wat ik wel niet dacht, om iemand zo maar dood te laten gaan! Je moest zo iemand toch helpen?! Zij hadden het meegemaakt, dat zij iemand, die niet meer wilde drinken, onder dwang een sonde hadden ingebracht, en dat die iemand daarna opknapte en nog jaren lang gelukkig had geleefd! Je kon toch zo maar niet over het leven van een mens beschikken? Er is er maar één… Enfin, u begrijpt: het werd een hele discussie en ik had  bij die meiden als dominee behoorlijk afgedaan!

Het is daarom goed, dat we vandaag de mogelijkheid kennen van palliatieve zorg, d.i. specifieke zorg bij het levenseinde. Daarvoor zijn er hospices ingericht, tehuizen waar zo’n 5 á 6 patiënten kunnen verblijven. Waar de pijnbestrijding voor iedere patiënt persoonlijk is uitgezocht en gedoseerd. De familie kan er de hele dag over de vloer komen. En aan de persoonlijke wensen van elke patiënt wordt – als ’t even kan- gevolg gegeven. In Engeland bestonden zulke tehuizen al lang. Nu komen ze gelukkig ook in ons land meer en meer. De vraag naar euthanasie hoeft dan vaak niet meer gesteld te worden. Want waarom vragen mensen daar naar? Omdat ze tegen het “ondragelijke” lijden opzien. Wordt dit lijden in de hand gehouden, zodat de patiënt desondanks toch nog “goed” kan leven, dan horen we die vraag niet meer.

Een lieve internet-vriendin stuurde me onlangs een artikel op uit het Psychologie Magazine (nov.2006), getiteld “Euthanasie is niet meer nodig”. Het bevat een interview met de anesthesioloog Ben Crul, die als hoogleraar pijnbestrijding  aan de Radboud Universiteit in Nijmegen afscheid nam. Hij zegt daarin o.a. het volgende:

Euthanasie is in Nederland dikwijls de eerste optie, terwijl het vaak niet nodig is. Artsen hebben tegenwoordig zo veel meer te bieden op het gebied van pijnbestrijding. Alleen is daar in Nederland te weinig aandacht voor geweest. In landen om ons heen was de euthanasie-optie van meet af aan onbespreekbaar, dus was daar alle aandacht op palliatieve zorg gericht. Maar WIJ hadden euthanasie. Als hier een kankerpatiënt in de laatste fase vreselijk leed aan pijn, benauwdheid, doorligwonden en dergelijke, kwamen wij al snel op actieve levensbeëindiging uit.

En dan vertelt professor Crul, hoe hij het in het Radboud dikwijls heeft meegemaakt, hoe de vraag naar euthanasie verdween, als men merkte hoeveel aandacht aan de patiënt gegeven werd, inclusief pijnbestrijding. En eigenlijk was dat bij mij in het verpleeghuis twintig jaar geleden ook al zo. De artsen bespraken dit met de familie en maakten daarvoor een plan op.

Euthanasie is een onherroepelijk bruuske ingreep. Voor een ongeneeslijk zieke is het misschien wenselijk, maar voor de arts en de samenleving als geheel is het niet goed als er gemakkelijk gedood kan worden. Het injecteren van een dodelijk middel lijkt simpel, maar de psychologische impact is groot. Het ene moment sta je als dokter met een nog levende patiënt te praten, het volgende ligt die door jouw ingrijpen blauw aangelopen voor je. Daar slapen dokters nachtenlang niet van. En hoe denk je dat euthanasie voor een partner is? Dat effect moet ook op de balans gelegd worden

“Een schreeuw om de dood is een schreeuw naar het leven”, zo wordt wel eens uitgelegd. Dat wil dus zeggen, dat iemand, die zegt liever dood te willen, eigenlijk bedoelt dat hij hunkert naar het leven. Vragen om de dood kan dan zijn: vragen om het leven. Aandacht vragen: “help me toch, want zó kan ik niet verder!” Dit is ook waarom onze nieuwe regering de “ruimte rondom euthanasie” wil vergroten. Er moet meer aandacht komen voor het “waarom” van de euthanasie. Waarom willen mensen dood? Zou het niet zo zijn, dat zij best wel langer wilden leven, als ze maar geholpen werden? Als het leven voor hen nog maar iets te betekenen kon hebben?

Share

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Een gedachte over “Pastorale aspecten van de euthanasie VII

  • Thea

    Beste Ds. een heel mooi stukje hoor ! Laten we hopen en biden dat veel mensen hetmogen lezen en er iets mee kunnen.
    Want wat dit ondet werp is vaak heel moeilijk.
    Het is fijn om dit lezen.
    Veel groetjes ook aan uw vrouw Thea