Pastorale aspecten van de euthanasie III


Deel I, II, III, IV, V, VI, VII, VIII

U heeft gezien, dat euthanasie de laatste tijd weer in het middelpunt van de belangstelling staat. Dit heeft zeker te maken met het standpunt van de Christen Unie en het proces, dat tegen een euthanasieconsulent, dhr. Ton Vink, gevoerd is.

Bloem BijbelHet is daarom jammer, dat een discussieprogramma van de KRO tussen dhr. Vink en Marinus van den Berg gisteren (6 febr.) geen doorgang kon vinden. Waarom? Het Nederlands Dagblad vermeldt, dat “de opvattingen van Van den Berg over de zorg voor het leven, ook bij het levenseinde, onvoldoende aan bod kwamen. In de uitzending velde de pastor, bekend van tientallen boeken over het levenseinde en rouwverwerking, geen oordeel over het werk van Vink, maar zei hij voorstander te zijn van breed samengestelde commissies, met artsen, psychologen en geestelijk verzorgers, voor een grondige toetsing van iemands doodswens.” Ik hoop, dat zo’n discussie met Marinus van den Berg er alsnog komt, want ik weet dat deze oud-collega, op ’t moment geestelijk verzorger in de St. Antoniushof te Rotterdam, altijd op zeer genuanceerde wijze met dit teer gevoelige onderwerp is omgegaan.

Indertijd, en dan spreek ik over het jaar 1986, kwam er een wetsvoorstel, waarin aan het begrip euthanasie een behoorlijke beperking en dus ook begrenzing werd gegeven: “een levensverkortende handeling op iemands verzoek door een ander dan de betrokkene zelf in een uitzichtloze noodsituatie (er wordt zelfs gezegd: concrete stervensverwachting)”. Nu zijn dood en leven op elkaar betrokken. Onze visie op de dood zal dan ook mee afhangen van onze visie op het leven. Levensgevoel en doodsgevoel hangen ten nauwste samen. Als ik het leven als positief ervaar, dan zal ik alles in het werk stellen om dit leven te behouden. Maar valt het leven me zwaar, zodat ik zelfs soms verzucht: “was ik maar dood”, dan zal ik er een punt achter willen zetten. Hoe moeten we daar nu als gelovige Christenen tegenover staan?

Kijken we eerst eens in de Bijbel, hoe daar over leven en dood gedacht wordt. Duidelijk is, dat God bij de schepping het leven gegeven heeft. En Hij zag, dat het goed was. Duidelijk is ook, dat er door de zondeval een breuk is ontstaan. Het leven is voortaan niet meer zo goed als het had moeten zijn, zoals God het bedoeld had. Het is een zondig leven, waarop de dood terecht als een straf van God gevoeld wordt. Het loon van de zonde is de dood, zo zegt Paulus het in de Romeinen-brief. Toch is ook de andere kant van het leven, zeg maar het goede leven, in de Bijbel blijven bestaan. Er wordt dan ook heel “dubbel” over de dood gedacht en gesproken. Aan de ene kant is er het gevoel, dat de dood er bij hoort, bij het leven, gewoon als afsluiting van het leven, net als bij de dieren. Dan is het gewoon een natuurlijk proces. Een dier voelt dat zijn einde nabij is, zoekt een rustig plekje op, gaat liggen en sterft. Aan de andere kant houden wij mensen toch ook erg vast aan het leven, omdat we het gevoel hebben dat God het leven wil en niet de dood! En dan is er ook nog het punt van de dood als straf op de zonde. Al die lijnen lopen in de Bijbel door elkaar. Soms zie je de angst voor de dood, die als vijand en breuk met het leven ervaren wordt, als een oordeel van God, als een verstoring van het leven in gemeenschap met God en met elkaar. Dan weer zie je, hoe de dood geaccepteerd wordt als een natuurlijk verschijnsel. De mens is nu eenmaal, zoals alle leven op aarde, “eindig”. De dood kan dan zelfs als een zegen ervaren worden, wanneer de mens in hoge ouderdom “tot zijn vaderen vergaderd wordt”. Hij kan vrede hebben met de dood, verzadigd als hij is van het leven! Sterk valt ons in de oude Bijbelse geschriften op, dat er een sterk vertrouwen is in God en dat de band tussen Hem en de gelovige ook door de dood niet verbroken wordt.

De volgende keer enkele Bijbelteksten.

Share

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *