|
||||||||||||||||
|
Naaktslak
Had ik bij terugkomst enkele kilometers afgelegd, de naaktslak was slechts een paar tegels verder. In alle kwetsbaarheid wachtte ze af wat er zou gebeuren. Ik zette de fiets tegen de schuur, stapte over de slak heen en plukte twee bladeren van een hosta, groot genoeg om de slak met het ene blad op het andere blad te schuiven. Bij de eerste aanraking trok ze zich samen tot een halve bol. Nu pas zag ik de oranje dwarsgestreepte rand van de bleke voetzool en de ademopeningen vlak achter de kop. Met ingehouden adem begon ik aan de verhuizing van de slak door zachtjes het blad voor de weke bol te houden en met het andere blad voorzichtig te duwen. Het lukte en al hield de slak zich dood, ze was het niet. Behoedzaam zocht ik een plek in de tuin, niet te kwetsbaar en met veel plantengroei in een vochtige omgeving en even later lag de opgerolde slak bij te komen in de bermrand naast de sloot. De naaktslak mist een huis, zo mijmerde ik achter de koffie, en moet op riskante plekken geholpen worden om te overleven. Evenals mensen die voor korte of langere tijd letterlijk of figuurlijk geen dak boven zich weten. En als dan een medemens oprechte aandacht heeft voor de ontheemde, weet heeft van het gevaar en hulp biedt, dan is overleven mogelijk. Hulp, zoals die tedere duw tegen het weke slakkenlijf… Aly Brug (eerder gepubliceerd in het Centraal Weekblad) |
|
||||||||||||||
|
|
|
|
||||||||||||||