|
||||||||||||||||
|
Krijgsbanier
‘Hoe zou het zijn zo’n vader te hebben?’, ik vroeg het me regelmatig af. De broer van een vriendin kwam bij de directeur thuis en de zus van weer een andere vriendin kwam er ook regelmatig. En wat wij voor onmogelijk hielden was kennelijk toch mogelijk: hij was thuis alleraardigst, zat vol grappen en leefde met ieder mee. Toen kwam de sportdag, waarmee het schooljaar werd afgesloten. Hij zou er zijn, met zijn vrouw! Reikhalzend keek ik er naar uit. En wat ik toen zag… Ze was groot en breed en gekleed in grijze glimzijde met bijpassende hoed waarop kloeke veren veelzeggend naar de blauwe lucht wezen. Losjes had onze directeur, sportief gekleed in wit overhemd met opgerolde mouwen, zijn echtgenote onder haar elleboog gevat en voerde haar mee. Ik moest denken aan een kleine boot die het vlaggenschip binnenloodste. Maar toch, de liefde die beiden uitstraalden naar elkaar en die zich leek voort te zetten naar ieder op dat grote veld, staat haarscherp op mijn netvlies. Vanaf dat moment wist ik dat hij de kille ogen nodig had om zichzelf te beschermen in misschien wel een te zware functie. Jaren later las ik zijn overlijdensbericht in de krant. Hij had maar net de zeventig gehaald. Wat mij het meest trof was dat het lied dat ik zo haatte voluit afgedrukt was: drie vierregelige verzen (gezang 469). Maar toen ik de laatste regels las van het laatste vers schoot ik vol:
En ik wist, hieruit heeft deze mens geleden en geleefd. Aly Brug. (Eerder gepubliceerd in Centraal Weekblad.) |
|
||||||||||||||
|
|
|
|
||||||||||||||