|
||||||||||||||||
|
Gebroken armen
Ondertussen houden me de gebroken armen bezig, spelen krijgertje door mijn hoofd, dan opeens begint het te dagen. Een vakantie in België, een bezoek aan het kerkje van Waha. Juist ja, ik ben er en slaak een denkbeeldige kreet. Daar hing een indringend Christusbeeld zonder armen. Er onder stond: Je n’ai plus d’autres mains que les tiennes. (Ik heb geen andere handen dan de uwe) Het raakte me diep vanwege de eenvoud waarin een levensopdracht zat verpakt, een opdracht die allesbehalve eenvoudig was. Eigenlijk moeten die armen er helemaal niet meer aangelijmd worden. Het beeld wordt veel sprekender zonder armen, misschien wil het zelfs wel graag de armen kwijt. Ik word onrustig. ‘Stoot tegen de lade, zodat de armen ontwricht raken’, fluistert mijn ene helft. ‘Stiekemerd’, roept de andere helft, ‘leg broeder Mattheus liever uit dat de armen er af moeten.’ En of het circus in mijn hoofd al niet groot genoeg is komen ook nog de eerste versregels van een bekend lied naar boven. Zachtjes zoemt door mijn hoofd: Neem mijn handen, maak ze sterk, trouw en vaardig tot uw werk. De Engelse dichteres Frances Ridley Havergal bedacht deze woorden, zij had het begrepen. Broeder Mattheus en de anderen keuvelen geanimeerd verder, ze hebben geen idee waar ik mee worstel. Soms moet een mens alleen strijden... Aly Brug. (eerder gepubliceerd in het Centraal Weekblad)
|
|
||||||||||||||
|
|
|
|
||||||||||||||