De nacht was tobberig en doorwaakt, een opkomende hoofdpijn lag op de loer. Om dat voor te wezen stond ik vroeg op. Zitten op de bank met een kop warme thee in de nog duistere kamer en luisteren naar de eerste geluiden van een beginnende dag. Voor het huis van de buren stopte een auto, het licht van de grote koplampen leek uiteen te vallen in alle richtingen. Een helle bundel tekende op het plafond het voorraam van ons huis af in diagonalen en in rechten. Daartussen ontdekte ik het nep glas-in-lood in fijne lijntjes. Het geluid van de draaiende motor buiten stond haaks op het roerloze lichtspel boven me. Snelle voetstappen repten zich voorbij, stemmen, een portier werd dichtgeslagen, langzaam zette de auto zich in beweging. Sprakeloos keek ik naar de muur tegenover me. Was het plafond al het aanzien waard, voor mijn ogen voltrok zich nu een toverachtig spel op de lichte muur van schoonmetselwerk. De planten uit de vensterbank zagen er grotesk uit als was ik Kleinduimpje, staand aan de rand van een sprookjesbos. Het traag voorbij glijdende licht deed de planten in zelfde traagheid voorbij trekken op de muur. Alles werd gevat in de nu herkenbare lijnen van de raamkozijnen, die zich ook langzaam leken te verplaatsen. Wonderlijk was dat de ingelijste engel binnen buiten het bewegingsspel bleef en in het heldere stille licht me bemoedigend aan zag. De wit gevederde vleugels lieten zijn gezicht nu ternauwernood vrij. De auto reed weg, de betovering was verbroken, de kamer hulde zich weer in stilzwijgend donker. Toen pas drong tot me de door dat de mooiste momenten binnenshuis voor de bewoners ongezien blijven. Ik nam nog wat thee en vroeg me af waarom ik nooit eerder op de meest vroege momenten deze plek had opgezocht om naar de eerste geluiden te luisteren of een onverwacht lichtspel op plafond en muur in verwondering voorbij te zien glijden. In dit ogenschijnlijk gewone de schoonheid proeven en daarin worden opgenomen. Om daarna de voorbije betovering op te slaan op het netvlies van de ziel en te koesteren. In de schemer schonk ik het laatste restje thee uit de pot, knikte naar de engel en vroeg zacht: ‘Zag jij ook wat ik zag?’ Een voorbije lichtflits leek hem doen te bewegen in zacht beamen...
Aly Brug
(reeds eerder gepubliceerd in het Centraal Weekblad)
zaterdag, 9 mei 2009
Webmaster gezocht
Pastorale Kroes bestaat inmiddels meer dan 5 jaar en is op zoek naar een nieuwe webmaster die zin heeft om op vrijwillige basis wekelijk een uurtje aan de website te knutselen.
Werkzaamheden bestaan uit het redigeren van aangeleverde teksten, zoeken van bijpassende afbeeldingen, plaatsen van artikelen op internet en het opschonen van forumreacties.
Het volgende komt daarbij van pas: affiniteit met de onderwerpen en de strekking van de website, goede kennis van de Nederlands taal, enige kennis of ervaring met de technische werkzaamheden (HTML, afbeeldingen bewerken, MS Access, CityDesk CMS)
Dat moesten wel heel oude snoepjes zijn, want zij waren verhard en smaakten heel vies, zelfs een beetje bitter. Ik beet ze doormidden, zoals ik meestal doe, en heb de harde schil toen maar uitgespuugd.
Lees verder...
Koningshuis
"Oranje" is weer in. Kijk maar naar de hoge kijkcijfers van programma's als "Blauw bloed". Ons vorstenhuis is wel eens minder populair geweest. De laatste koninginnen hebben er ook van alles aan gedaan om dichter bij het "volk" te komen. En bij onze nieuwe koningin, prinses Maxima, is dat niet anders. En ook de kleine Amalia, die eens koningin zal worden, begeeft zich al regelmatig onder het volk.
Lees verder...
Islam en Christendom
"In de naam van God, de Erbarmer, de Barmhartige..."
Zo begint de Koran. "Bismillah al-rahman al-rahim". Zo begint elke rechtgeaarde Moslim ook de maaltijd: Bismillah, zoals wij zeggen: "Eet smakelijk!" Dat heeft toch iets ontroerends. Je zegt "In de naam van God". En daar zit die hele geloofsbeleving in: dat je weet dat alle dingen van God zijn en van God komen, zeker ook het eten. Het is precies zo als wanneer je in de bergen iemand tegen komt, die je groet met "Gruss Gott".
Lees verder...